is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nens quoque aliqnot lïbros Salonionis et Prophetariim imo et aliquot lectiones matutinalium de historiis Sanctorum Scinctarumque cum suis homilijs qaae in clioro cantari solent. (Cat. No. 249).

Neemt men aan (lat het meerendeel der opgesomde handschriften omstreeks 1480 aanwezig zal geweest zijn, dan mag men daaruit nog niet besluiten, dat de kapittelbibliotheek rijk voorzien was. Veel meer dan bepaald onontbeerlijk was, kon men er naar het schijnt niet vinden, Twee of drie geneeskundige werken, een boek over het schaakspel en Boethius, de Consolatione Philosopliiae, ziedaar alles wat men des noods als overbodig kon beschouwen. Dat er misschien geen enkel klassiek schrijver in handschrift te vinden was, laat zich nog wel begrijpen Maar dat er naar het schijnt niet eens een compleete üybel gevonden werd, dat, om zoo te zeggen ook alle kerkvaders „schitteren door afwezigheid'' verwekt bevreemding. Doch men bedenke dat Heer Cansen's Catalogus uit 1566—70 dagteekent, en stellig niet ailes vermeldt, wat de kerk eenmaal aan handschriften bezeten heeft. De missalen, antiphonariön en lectionariën, de ordinarius en wat dies meer zij, dat alles bleef natuurlijk berusten ter plaatse waar het gebruikt werd, d. w. z. in de kerk zelve. En toen eenmaal de Duitsche drukpers in beweging kwam en volledige uitgaven leverde van den Bjjbel en alle mogelijke oudvaders, zal men 't misschien niet do moeite waard geacht hebben de oude handschriften van enkele hunner werken nog langer te bewaren. Men heeft ze versneden, om 't perkament als omslagen voor rekeningen en schutbladen voor gedrukte boeken te gebruiken: een feit, waarvoor men zoowel op het kerkelijk als op het stedelijk archief te Zutphen de bewyzen kan vinden. De Duitsche drukpers! Al is dooi' haar toedoen eene groote opruiming gekomen in den voorraad oude handschriften, het aantal boeken is er niet kleiner op geworden, en 't lijdt geen twijfel of na 1480 is de bibliotheek van het Zutphensche kapittel voortdurend met gedrukte werken verrijkt. In den Catalogus van Henrick Cansen worden meer dan zestig incunabelen — wy bedoelen daarmede werken gedrukt vóór het jaar 1501 — vermeld waarvan er op dit oogenblik nog ruim dertig aanwezig zijn. Meestal zijn het machtige folianten of lijvige kwartijnen, dikwijls uit drie,