is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Tom zal zeker een uitnemend voerman zijn," zeide Eva. „Hij zal zich nimmer bedrinken."

Het rijtuig hield stil voor een ouderwetsche woning, gebouwd in die zonderlinge vermenging van Franschen en Spaanschen stijl, van welke nog sporen in enkele deelen van New-Orleans te vinden zijn. Het huis was vierkant, naar Moorschen trant gebouwd, en met een ruim voorplein voorzien, dat het rijtuig door een poort opreed. Het plein was van binnen blijkbaar aangelegd, om aan een schilderachtigen smaak te voldoen. Ruime galerijen liepen rondom al de vier zijden, welker Moorsche bogen, slanke pilaren en kunstige sieraden den geest als het ware in den droom terugvoerden naaiden tijd der Oostersche heerschappij in Spanje. Midden op het plein stuwde een fontein haar zilverkleurige wateren hoog omhoog, die later met een nimmer ophoudende stofregen nedervielen in een marmeren, met geurige violen en vergeet-mij-nietjes omringd bekken. Het kristalheldere water van de fontein was bewoond door duizende goud- en zilvervischjes, die als zoo vele levende juweelen daarin ronddartelden. Om de fontein heen liep een wandelpad, geplaveid met veelkleurige keisteentjes, waaraan de meeste figuren waren gegeven, en dit pad was omringd door zoden, zacht als een tapijt van groen fluweel, terwijl een koetspad het geheel omringde. Twee groote oranjeboomen, thans met geurige bloemen bedekt, verspreidden een aangename schaduw, en rondom op het gras der zoden stond in een wijden kring een menigte gebeeldhouwde vazen, die de keurigste bloemen en planten uit de keerkrings-gewesten bevatten. Hooge granaat-appelboomen met hun dikke bladeren en gevlamde bloesems, donkerbladige Arabische jasmijnen, met hun zilverwitte sterren, geraniums, weelderige rozen, die onder den zwaren bloemenlast als bezweken, gouden jasmijnen, lemoengeurige verbena's, allen vermengden hun bloesempracht en hun geuren, terwijl hier en daar een oude aloë met zijn sterke, zwaarwichtige bladen, als een oude, grijze toovenaar in betooverde grootheid te midden van de zwakkere en vergankelijker bloemen en geuren zich vertoonde.

De galerijen die het plein omgaven, waren met een gordijn van Moorsche stof behangen, dat naar welgevallen op en neer getrokken kon worden, ten einde zich desverkiezende tegen de hitte der zonnestralen te beschutten. Over het geheel was het voorkomen van het geheel rijk en romantisch.

Bij het binnenlij den van het rijtuig op het voorplein geleek E va naar een vogel, die gereed is om in de opgewondenheid der vreugde uit zijn kooi te springen.

„O, het is hier zoo heerlijk — zoo schoon in mijn dierbaar huis!" zeide zij tot miss Ophelia. „Vindt u niet, dat het hier zeer schoon is?"

„Het is een schoone plaats," antwoordde miss Ophelia, „ofschoon zij mij zeer oud en heidensch voorkomt.