is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daai klonk het signaal tot verzamelen, het tweetal begaf zich naai overste Axel Lillie, die zich in groote verlegenheid bevoud wegens het transport yan de kanonnen over den stroom. Het voorstel niet de wonderbaarlijke hangende brug klonk eerst als een sprookje, men beproefde het intussehen en ... . het gelukte. Na verloop van een uur stonden de kanonnen aan den anderen oever en de marsch op Mariënbeig begon. Axel Lillie stelde zich nog dienzelfden dag in vei binding met overste Ramsay, die reeds loopgraven had laten maken en met kolonel Robert Burt, die de achterhoede zou aanvoeren. Toen de bezetting ook nu nog niet van een overgave wilde weten, commandeerde Gustaaf Adolf deri volgenden morgen de bestorming.

Tegen den avond verscheen in de loopgraven vergezeld van een paar vendels een Duitsch vorst, wiens naam reeds een goeden klank had en die van den Zweedschen koning verlof had gekregen eenigszins als vrijwilliger met zijn Thiiriiiger manschappen de bestorming naast de vendels van het blauwe regiment, dat Axel Lillie aanvoerde, mee te maken.

Die jonge, dappere vorst en krijgsman was Bernard, hertog van Saksen-W eimar. Het was reeds te donker om zijn gelaatstiekken te onderscheiden, hij bleef dus voor de overigen een vreemdeling.

Met het aanbreken van den dag reeds werden de kanonnen op den hoogen wachttoren gericht, die halverwege den beig stond en weldra werd de bezetting gedwongen hem te vei laten. Nu werd het bevel tot de bestorming gegeven. De bestormers droegen aan den linkerarm kleine, ronde schilden. Onder de eersten bevonden zich Bernhard von W eimar, Axel Lillie, Berthold von Steinach en Ramsay. Valentijn droeg een van de lange stormladders. Ondanks roemrijke, krachtdadige tegenweer, drongen de Zweden onstuimig voorwaarts en beklommen met behulp van een half dozijn stormladders de zoogenaamde halve Maan, een sterk bolwerk. Op dit oogenblik begingen de belegerden voornamelijk uit medelijden met hunne kameraden in het buitenwerk