is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berthold had weinig gedacht, toen hij afscheid van zijn hertog had genomen, dat hij hem nog slechts eeamaal in zijn leven zou terugzien.

Het is een besloten zaak, dat het geheele leger eal opbreken en den Rijn zal oversteken, de voorhoede is bij Neuenburg reeds overgezet. Koortsachtig en ziek trekt Bernhard van Weimar uit Pontarlier om in Breisach voor den duur van zijn afwezigheid orde op zaken te stellen. Hij bereikte die plaats niet meer. In Neuenburg aan den Rijn zakt de doodzieke held in elkander, het lichaam weigert de wilskracht te gehoorzamen, de kracht is gebroken. Het kamp hoort het, het geheele leger beeft om zijn aanvoerder, angstige stilte drukt alles ter neder. Van uur tot uur geeft dokter Blandini uit Genève bulletins uit, zij luiden steeds ongunstiger, de pijnen nemen toe, de krachten nemen af. Toch gaan er dagelijks boden en afgezanten het paleis in en uit, de zieke hertog mag juist nu de draden, die hij in handen houdt niet loslaten.

Het is Berthold bijna onmogelijk zijn angst en opwinding meester te blijven. Hij kan en mag zich niet ongenood toegang verschaffen tot den vorst, die zijne uren misschien met groote moeite tot gewichtige staatszaken en onderhandelingen moet indeelen. Men weet, dat de zieke zich dwingt het bed nog te mijden, hij wordt zoo nu en dan aan een venster gezien. Berthold bedwingt zijn onrust niet langer, hij kent kamer en venster. Langzaam, zijne oogen steeds vast op een punt, op de ruiten van helzelfde venster gericht, loopt hij uren lang op en neer. Eindelijk wordt hij voor zijn volharding beloond. Een bleek, hem zoo goed bekend gelaat verschijnt aan het venster . . . o God, hoe ziek en afgevallen ziet het er uit . . . het oog schijnt eerst den hemel dan de aarde te zoeken. Nu kan Steinach zich niet langer inhouden, hij trekt den gevederden hoed van zijn hoofd en zwaait er mede heen en weer. En hij wordt gezien, de zieke, bleeke man aan het venster knikt met zijn hoofd en wenkt hem. Zoo vlug als hij kan snelt hij de poort in. Als hij de breede