is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der liefde in de natuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrip werd overgedragen op een, niet onmiddellijk door bloedverwantschap verbonden, geslacht. Op een geheel volk, welks bloed hoogstens in de mythische tijden der voorouders nog in een werkelijken gemeenschappelijken aderslag kon samengevloeid zijn. Maar de geest sleepte de menschen mede. En het geestelijk begrip, dat het „volk" geschapen had, was dan ook de brug, die over het volk heenvoerde tot de gemeenschap van alle menschen der beschaving en ten slotte : van alle menschen in het algemeen.

Uw blik, die in den trechter staart, waar deze ontwikkeling in gisting verkeert, wordt plotseling getroffen als door een bliksemstraal, die hem omhoog trekt.

Gij meendet slechts aan den rand te staan en naar beneden te zien. Daar opeens wordt het u duidelijk, dat gij er zelf midden in staat. Zooals het tot in het oneindige, uit de diepten der schimmenwereld beneden u, omhoog dwarrelt, zoo golft het ook boven u in lichte gestalten tot aan de toekomst, over welke wij slechts vermoedens kunnen uiten, tot in steeds meer verwijderde nevelwolken.

Toen de menschenliefde „woord" werd op dien, met palmen bedekten, heuvel boven het fonkelende meer, toen omvatte dat woord, als een gouden ring, niet slechts de onmetelijke, duistere arbeid van het verledene ; het drukte ook reeds zijn stempel op hetgeen eerst de arbeid van volgende duizendtallen van jaren tot waarheid zou ontwikkelen. In het woord van de „menschenliefde" lag, in de diepste beteekenis, reeds alles, wat wij tegenwoordig als het koenste sociale toekomstideaal voor onze ziel dragen ....

Het sociale ideaal. Hoe stoomt, bloedt en golft het tot in onze, bijna huiveringwekkend heldere, werkelijkheid van den dag. En toch is ook dat ten slotte slechts eene vraag der liefde. Eene vraag uit die reeks der gewaarwordingen, die het woord, bij alle wisseling, toch steeds samengeklonken als het harde staal, bijeenhoudt. Eene vraag, die reeds in beginsel aanwezig is in die ééndagsvliegen, die door de geslachtsdrift uit het roofzuchtige kluizenaarsleven van de