is toegevoegd aan je favorieten.

Het Wetboek van strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 82.

Onder zwaar lichamelijk letsel worden Ingrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening zijner ambts- ol' beroepsbezigheden, en afdrijving of dood van de vrucht eener vrouw.

Onder zwaar lichamelijk letsel wordt mede begrepen storing der verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft.

1. Dit artikel hoeft eene eigenaardige geschiedenis gehad. Oorspronkelijk bestemd om de begrenzing van het begrip zwaar lichamelijk letsel vast te stellen, is het door de wijzigingen, die het ondergaan heeft, gebracht in die kategorie van bepalingen die aan het begrip eene beteekenis buiten zijne eigenlijke grenzen toekennen.

Het gevolg dier wijzigingen is dat de wet nu aan de praktijk overlaat te bepalen wat zwaar lichamelijk letsel is.

Toch is men in die bepaling niet geheel vrij. Immers wanneer art. 82 zegt dat onder zwaar lichamelijk letsel begrepen zullen zijn ziekte die geen uitzicht op volkoinene genezing overlaat en voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening zijner 1) ambts- of beroeps-bezigheden, het begrip dus tot die gevallen uitbreidt, dan zegt zij tevens dat ziekte, die wel uitzicht op genezing overlaat, en tijdelijke ongeschiktheid op zich zelve er niet toe gebracht kunnen worden. Dit zou toch eene nog verder gaande uitbreiding zijn. Men heeft hier trouwens te doen met toestanden die, eigenlijk buiten het begrip liggende, daaronder \\ orden gebracht wegens het voortduren der ernstig'e gevolgen van het toegebrachte letsel, omdat de voortdurendheid in de eerste plaats als kenmerk van zwaar letsel werd aangemerkt 2).

Intusschen, was de bepaling oorspronkelijk limitatief, daarmede is niet gezegd dat zij niet aan het begrip zwaar lichamelijk letsel, zooals de wetgever zich dat overigens voorstelde, eene uitbreidende beteekenis gaf.

1) liet woord „zijner" stond oorspronkelijk niet in het artikel. De Commissie van Rapporteurs innende dat er nu twijfel bestond of de ongeschiktheid voor elk ambt of beroep bedoeld kon zijn. De Minister bracht daarop het woord in het artikel, maar beging daarmede eene fout, daar „zijner" hier zonder subject is. Beter war- geweest: de ambts- of beroeps-bezigheden; daarmede zou voldoende zijn aangewezen dat er van de bezigheden van den getroffene sprake is.

2) Memorie van toelichting op art. 30, Smidt II, eerste druk 450, tweede druk 471.