Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESTIENDE VOORDRACHT.

te voorkomen, waartoe men door middel van calomel of salina diarrhee opwekt.

In den laatsten tijd is min of meer als speficum aanbevolen chloorcalcium in giften van 2 tot 4 gram per dag. Er zijn hierover schoone resultaten gepubliceerd; zelf heb ik er geen ervaring over. Vroeger heeft men ook salicylzure soda aanbevolen. Men heeft in den laatsten tijd ook aangeraden om bij anurie door zwartwaterkoorts de nieren te splijten; de resultaten van deze operatie zijn echter tot dusverre nog niet van dien aard geweest, dat ik haar durf aanbevelen.

Wanneer iemand een aanval van zwartwaterkoorts heeft doorstaan, dan komt hij daaruit in den regel uiterst zwak en anaemisch te voorschijn. Ik heb gevallen gezien van personen, die niet. bijzonder bloedarm waren toen zij den aanval kregen, en die daarna niet meer dan 20°/„ haemoglobine hadden.

De eerste eisch is dus om bij dergelijke patienten den voedingstoestand te verbeteren. Men kan direct na den aanval beginnen met veel melk te laten gebruiken en kan zoodra alle eiwit uit de urine is verdwenen en de hoeveelheid weer ruim is geworden, ook tot andere krachtige voeding overgaan, en het is verwonderlijk in hoe korten tijd dergelijke patienten dan weer kunnen bijkomen ook zonder toediening van staal of arsenicum, ik heb meermalen in veertien dagen tijds alleen onder krachtige voeding het bloedkleurstofgehalte met 20" 0 zien stijgen.

Zeer onaangenaam is het, wanneer een patiënt na een aanval van zwartwaterkoorts weer malaria-attaques krijgt. Men verkeert dan natuurlijk in de vrees, dat chininetoediening opnieuw een aanval zal te voorschijn roepen, en is niet minder angstig voor de gevolgen van den aanval zelf, die bijna altijd op tropica-infectie berust. Men beproeft dan eerst zeer kleine giften chinine, niet meer dan 50 of 100 mg. Verdraagt de patiënt die, dan geeft men den volgenden dag wat meer en zoo lukt het niet zelden hem in

Sluiten