is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zien op een steigerend wit paard, met een wapperend vaandel, en soldaten met gevelde bajonetten achter hem. Hooger nog in huis, kwam hij op zolder: zoo ruim als hij niet gedacht had, dat er in een huis een ruimte te vinden was, en zoo stil, als hij niet wist, dat het in een huis kon zijn. Daar stonden oude kisten van vreemden vorm, en een beschadigd kabinet. Daar was ook een mangel, waaraan tante Mina hem gewaarschuwd had niet te duwen of te trekken, want dan zou hij een ongeluk krijgen. En dat waagde hij dus ook niet, zelfs, wanneer hij alleen was, ging hij er voor uit den weg. Maar, o, de met niets te vergelijken heerlijkheid, wanneer hij er op mocht zitten, als tante en Fietje goed mangelden!

Dit was het stille huis van grootvader Verkerk op de deftige gracht. Soms mocht hij blijven eten. Dan zat hij tusschen de twee tantes aan de groote witgedekte tafel, tegenover grootvader, die zonder te spreken met Bruno naast zich, voortat. 's Avonds kwamen dan zijne ouders. Soms ook ooms, van wie hij niets wist, en die hij anders nooit zag: oom Charles, oom Bram, oom Hendrik, oom Filip! Hij had nóg een oom, had men hem gezegd; die woonde ergens in Amerika. Die avonden werd er gezongen. Zijn vader zong:

Een schildivacht die bij duistere nachten,

Getrouw 't kasteel van zijnen heer beivaakt.

Tante Dora zong in het Fransch:

grace, grace, grace pour toi-même!