Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des huizes af, die hem glimlachend en met een verwelkomend: „bonsoir, marquis" de hand reikte, welke hij, zich buigend, kuste; toen, zich oprichtende, keek hij haar een oogenblik met halftoegeknepen oogen en ietwat ter zijde gebogen hoofd aan, en zuchtte zijn bewondering uit met een: „adorable /"

De andere dames kregen geen handkussen van hem, maar zijne critische knipoogjes gleden over hare gestalten heen, en in eiken handdruk scheen hij een gevoel van verkwijning uit te spreken, terwijl hij haar beurt om beurt begroette met een glimlachend: „madame!" Tegenover Mary De Oude was hij in eens anders: een goede, galante oom : „bonsoir, mignonne." Tegenover den consul broederlijkhartelijk; tegenover freule Van Torgau en Hugh, die opgestaan was, schertsend, plagend: „oh, ces jewies gens, toujours les mcmes;" tegenover Floris — de consul stelde hen aan elkaar voor: „monsieur Floris Verkerk, mon compatriote, le marquis Lancelotti' — keurig van hoofschheid: „absolument charmé, monsieur," eindelijk, tegenover Van Delder joviaal met een schakeering van hoogheid: „fa va, monsieur Vandeldèr~ï"

De markies, in wien hij niet den ouden heer herkende, die hem gisteren aangewezen was als de schaker van een Lyonsche buffetjuffrouw, dacht zich tusschen de dames te nestelen, maar wijl mevrouw Nicholson en mevrouw Dirks, die naast de consulesse op den divan was gezeten, heengingen, noodigde de gastvrouw hem uit aan haar zijde plaats te nemen: een gunst.

Sluiten