is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog in hem geurde, besteeg hij de burgtrap en trad voor de eerste maal de kemenade binnen.

Een goede reuk van lavendel en rozen, een adelige van oostersch pulver deed hem zijn adem breken, en zijn blikken stonden stil aan Jannes gestalte, die op een bank tegen den wand aanrugde, haar hoofd en schouders voorover tot een nis, waarin haar handen als vlinders aan een borduurwerk vertoefden, de blanke vingers met rozige vleezevliezen en aan de binnenzijde verguld van het licht, dat boven haar door oudgele ruitjes binnentuitte.

En toen zij Warhold zag, kwam een weerschijning van geluk over haar aandachtig gelaat, om haar lippen bevend en zich in de putjes harer wangen smedend en schitterend in gouden glazuren over haar oogen.

Blijmoedig verlieten haar handen het werk en noodden hem, een zetel van stoffen bevrijdend, nevens haar te zitten; en met gulzigheid in haar blikken bespiedde zij de schoonheid van zijn gelaat en nam gretig zijn hoffelijke woorden aan, haar verliefdheid breidelend tegenover de meisjes, die aan het spinnewiel en aan het weefgetij toefden en op den grond wol hekelden of draden aan het weefgestoelte bevestigden.

Als een reiziger, die op wolken een wonderland invaart, zat hij daar door zoete rooken gehuldigd, langs en voor hem op kostbare tapijten en gewaden uitgebeelde heiligen en ridders, de met