is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen geschieden.

Ten slotte ontbreekt, bij dit preparaat geheel eene reactie op magnesium, die toch in overeenstemming zou zijn met die bij Calciumoxyde en bij calciumcarbonaat op deze verontreiniging uitgevoerde proef. Wel is de zaak hier door de aanwezigheid van phosphorzuur iets minder eenvoudig. Men kan volgens schmidt (Pharmazeut. Ghem.) uit de verdund salpeterzure oplossing van het preparaat (1 G.) het calcium met behulp van oxaalzuur (1 G.) verwijderen wanneer men de oplossing met ammonia alkalisch maakt en onmiddellijk daarna met azijnzuur weer aanzuurfc. Eventueel magnesium blijft dan in oplossing en wanneer naeenige uren staan het calciumoxalaat zich uit de azijnzure vloeistof volledig heeft afgescheiden, kan men eenvoudig het Altraat blijvend alkalisch maken met ammonia om op magnesia te reageeren.

Ter gehaltebepaling zou naast de controle van het gloeiverlies (zie boven) eene eenvoudige bepaling van het phosphorzuurgehalte door titratie kunnen worden uitgevoerd door eene afgewogen hoeveelheid op te lossen in een bekend volumen N. zoutzuur en met methyloranje als indicator terug te titreeren met N. alkali. Het verschiltitercijfer correspondeert dan met 1/2 P2O5.

Hypophosphis calcicus.

Voor de wijzigingen die in dit artikel zijn aangebracht mag naar het analoge natriumzout verwezen worden. Er is alleen aan toe te voegen dat het kristalstelsel, waarin het zout kristalliseert het monokline is.

De oplosbaarheid is in kokend water volgens de Americana 1 :6 en dus niet merkbaar grooter dan bij gewone temperatuur.

De titratie die in de laatste alinea is voorgeschreven moet een gehalte garandeeren van 98 pCt. (precies 97,8 pCt.) in overeenstemming met het bij het natriumzout geëischte gehalte.

Carbonas magnesicus.

Beschrijving en identiteitsreacties van dit preparaat zijn onveranderd gebleven.

Met verwondering ziet men dat nu bij de reactie met bariumnitraat op zwavelzuur in de azijnzure oplossing, opzettelijk salpeterzuur wordt toegevoegd, terwijl de Ed. III dit naliet. Waartoe ? Om de reactie minder gevoelig te maken ? (zie dit Weekbl. bl. 133). Maar dan op een zonderlinge wijze daar de hoeveelheid salpeterzuur („eenige dr.") niet bepaald is.

De zuiverheidsreacties op zivare metalen, ijzer, calcium en zoutzuur zijn onveranderd gebleven. Ook bij de laatste reactie is de toevoeging van salpeterzuur overbodig, hoewel niet zoo storend als bij die op zwavelzuur.

De reactie op calcium is hier als tijdgrensreactie toegepast en