is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven der dieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geerne en gevoelde keer op keer, bij 't wenden van 't jaargetij, een onweerstaanbare lust in haar opgaan om weer het Noorden in en over zee te steken.

t Was haar zelfs eenmaal voorgevallen dat ze tenden alle krachten gerocht, hare pooten wilden haar niet meer schragen en ze tuimelde van den dweerschmast door reepen en koorden top over eers op dek; dan had ze nog wat geflodderd met hare lamme slagers om weg, maar het matrozenvolk had ze in hunne sterke grijpers bij de ribben gevat en wat bekeken en geplaagd. Ravenvleesch, daar zijn de menschen gelukkiglijk te zinnelijk voor, t en is van hunnen tand niet omdat het van inslag te taai is, en ze lieten ze dan ook uitrusten; geweekt schippersbeschuit had ze gekregen, dat herschiep hare krachten en ze was dan weêr uitgezet van boord, al haar trompe steken, met eenen blijden schreeuw de lucht

weêr in, het leven en de vrijheid.

*

* *

Hier was 't een geheel andere doening : goede kost en gemakkelijk om vinden ; men kreeg er tamelijk wel op tijd en stond de nooit verzade mage meê vol. Zij had haar aas gaan zoeken en gevonden, overvloedig, op een groot boerenhof, op de koornschelven te weten en de omliggende zaailanden.

t En vroos niet; 't en vriest hier ten anderen maar nu en dan 'ne keer, als om te toonen dat het nog vriezen kan. Dan gaat het slechtst van al en men verliest er zijnen tijd bij en zijne moeite met op de hardgebakken sneeuw-