is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven der dieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lage of eerdkorste zijnen snavel bot te kloppen, 't Komt alsdan wel te passé van taaie dermen te hebben en niet teer van smake te zijn. Men moet immers toch vooruit en vooral leven; vindt men niet wat men lust, men moet lusten wat men vindt, en 't en is niet altijd even smakelijk wat de menschen of de viervoeters voor de kraaien laten.

Maar 't is entwaar voor dat ze dien harigen lap rond haren neus draagt, en zóó vies en is ze niet dat ze, als 't nood doet, haren snavel ievers in 'nen rottenden romp en zou slaan, men moet van den nood eene deugd maken.

Wanneer het al te slecht gaat en dat de mage te luide piept, zou ze ook al 'ne keer haar vel rieschen en reizen tot in de stad, om daar in de hooge boomen van de grootste hovingen te zitten loeren of er niets af en mag. Maar daar is onzeggelijk groot gevaar bij; men maakt te groote plekke en te veel lawaai als men binnen die vernepene muren komt, dat is wel voor 't gemeene diet van de torrekraaien.

Neen, 't en vroos niet, en 't was goê jacht. Van haar geheele raveleven — hoe oud ze was en wist ze eigenlijk zelve niet — en had ze 't nog nooit zoo breed gehad: zoo 'n weelde was er, dat ze niets anders meer en beliefde in