is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nauwkeurige opmeting van zeven en twintig Dorische tempdplans '), uit verschillenden tijd wijst aan dat hun verhouding van breedte tot lengte steeds verschilt en de laatste zich tusschen twee en driemaal de eerste beweegt; ook zijn zij niet naar een systeem van heele getallen of geometrische construetiên vastgesteld, al leenen enkele plattegronden zich toevallig hiertoe.

Ook zijn de verhoudingen van voor- en zijgevel steeds verschillend, al bewegen zij zich tusschen enge grenzen. Dezelfde schrijvers toonen aan de steeds afwisselende verhouding der zuilhoogte tot haar onder-middellijn (0. M.) en tot het hoofdgestel. De zwaarste Dorische zuil is 4,063 O. 31.; de slankste (>,471 O. M. De uiterste verhoudingen van het hoofdgestel bedragen 2,45 en 1,71 O. M.

De behoefte der bouwmeesters, bet aanzien der tempels steeds naar eigen inzicht gedaante te geven, heeft lnin nooit tweemaal dezelfde verhoudingen doen toepassen, hetgeen evenwel niet zeggen wil, dat do afmetingen geheel willekeurig zouden zijn vastgesteld. Integendeel. De vergelijking der tempels (fig. 14!)) wijst bet karakter van eenheid in aanzien aan. Ondanks hun aanmerkelijk verschillende schaal, blijven hun hoofdverhoudingen dezelfde en evenmin verandert de aard der profileering. Dezelfde details vindt men op verschillende schaal in de tempels terug al naar de respectievelijke grootte van liet heiligdom.

Bij alle tempels bestaat een zekere afhankelijkheid van breedte tot hoogte en volgens den Koineinschen schrijver Vitruvius werden de verhoudingen van elk in t bijzonder naar een harmonische schaal vastgesteld.

liet uitgangspunt was de niodul, een lengtemaat, waarvan de breedte des tempels een veelvoud bedraagt, verschillend al naar het karakter der architectuur en bet aantal zuilen der facade. Hieruit volgt dat de modul iN een veranderlijke maar niet toevallige of willekeurige maat, daar zij een gegeven afmeting steeds in een bepaald getal gelijke deelen moet verdeden. De afmetingen van zuil, kapiteel, architraaf, fries, kroonlijst en andere gedeelten der ordonnantie zijn veelvouden of onderdeden der modul, die naar de afmetingen van een gelid is vastgesteld. Volgens dezen schrijver diende hiertoe de zuilmiddellijn: speciaal bij de Dorische orde, de breedte der triglvph. Eenmaal aangenomen, diende zij tot regeling van de groote afmetingen des tempels.

„Is de zuil vijftien voet hoog dan is de hoogte van de architraaf O. M.; bij een hoogte van twintig voet echter wordt de architraaf-hoogte „gelijk aan V13 der zuilhoogte.

„Al naar gelang van den verschillenden zuil-afstand, verandert de zuil,,hoogte van één orde. Bij den kleinsten zuil-afstand (l'/2 modul) bedraagt de „zuilhoogte tien modul; bij den grootsten slechts acht modul.

1) Perrut et (Jhipiez, ürèce Aïchaiijue, 11. XLVII.

Llein, XLIX.