is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIEVEN DE KEY.

huis, hoewel de jongste onderzoekingen over dit punt r) hebben vastgesteld dat de gehouwen steen van dezen gevel geheel gereed geleverd is door Liider van Bentham, den kunstenaar die in 1612 de beeldhouwwerken van het raadhuis te Breinen heeft uitgevoerd 2).

Is daarom Liider van Bentheim ook de ontwerper van den Leidschen gevel? De stijl der gevels wijst dit niet aan. Wel toonen beide den algemeenen invloed van \ redeman de \ ries, doch overigens verschilt hun esthetiek in menig opzicht. De vaste hoofdverdeeling en verhouding, de eenheid van schaal der verschillende ordonnantiën, het beschaafde karakter der kapiteelen ten opzichte der zuilas, de ondergeschiktheid der architectonische details, balustrades, kraagsteenen, klauwstukken aan de hoofdlijnen, al deze kwaliteiten, die de architectuur van den middenbouw van den Leidschen gevel kenmerken, worden aan den Bremer gevel gemist (fig. 400). Bovendien is zijn geheele samenstelling volgens de Key's manier. Het karakter toch van al zijn gevels, hetzij van gehouwen steen, hetzij van baksteen, wordt hoofdzakelijk bepaald door het sprekend verband van muren en openingen met beperking der klassieke ordonnantiën tot een enkel geveldeel, hetzij top of ingang, zooals aan den zijgevel der Yleesclihal (hg. 3<>5), het Rijnlands huis, beide van zijne hand. Ook zijn sommige motieven, zooals de dubbele, kleine ramen naast den trap-ingang te Leiden alsmede de voluutvormige eindiging van architraaf of kroonlijst, herhaaldelijk aan Haarlemsche gevels van de Key aanwezig.

Slechts enkele decoratieve onderdeelen, een baluster, een pijpfries, een decoratieve bekroning vertoonen onderlinge gelijkenis, begrijpelijk, daar Vredeman de Vries de algemeene geestelijke bron van de kunstenaars uit dien tijd was.

De geheele architectuur van liet Bremer raadhuis is van minder zuiver, voornaam karakter. Ondanks de virtuositeit van de vele beeldhouwwerken is het geheel niet van overlading vrij. En al moge Liider von Bentheim dan bij de uitvoering van den Leidschen gevel betrokken zijn geweest, het ontwerp van 1594 3) is zeer waarschijnlijk een werk van de Key.

De monumentale middenbouw (tig. 362) bevat een hoog soubasement, voorafgegaan en gunstig onderbroken door de indrukwekkende bordestrap, die tot den hoofdingang op de le verdieping voert. Deze, als poort opgevat, is door krachtige .Ionische zuilen geflankeerd en verder door allegorische figuren in nis, de Gerechtigheid en den Vrede, en pilasterstellingen met

*) Van Mr. J. C. Overvoorde, stadsarchivaris van Leiden.

2) Dr. W. Lübke. Die Geschichte der deutschen Renaissance, Th. II, pag. 286. Afbeeldingen : O. Fritsch: Die Denkmaler der deutschen Renaissance.

3) De teekening hiervan is nog in Leiden aanwezig.

syn

evers, Architectuur, II.