is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Het felle toesmakken der deur relde en rammelde nog na door 't heele vertrek, trilde langs de kale behangselmuren, beflapperde 't wiebelend lamplicht, woedde in de potkachel, die ineens weer harder snorde, 't Scheen alle voorwerpen te omstreken, te beroeren, omgolfde, omvatte haar zelf, als in een huig van kilheid en vrees.

De armen vielen vrouw Balier slap langs 't Hjf. Ze voelde zich geslagen, al raakte hy haar met geen vinger aan. Veel streken haalde-ie uit, maar zoo brutaal als nu nog niet, dét liep er over heen!

Een krampige verontwaardiging doorschokte haar, maakte haar star en st\jf. 't Was of alles door dat toeslaan der deur in onrust schommelde en bleef schommelen; ze keek ernaar met blinde oogen. Maar na een poosje haalde ze de harde schouders op, perste de lippen nog meer samen, mompelde tusschen de gesloten tanden:

— Welja, welja ga je gang maar... d'er kan

nog meer bij; waarom niet?

128