is toegevoegd aan uw favorieten.

Rinske Sonnema

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cr geen trek in. Maar de gewoonte en de lust wat te doen te hebben, deed hem den gouwenaar vatten en opsteken aan het koperen komfoor.

„De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd," zei hij verslagen, diep gedoken in den leeren armstoel.

„Moed, Romke, moed!" — Z'n broer de notaris van Oud-Sandel bood die troostwoorden tusschen twee lange halen in. „Je hebt de bezwaren van het leven altijd zoo dapper gestaan, dat je nou niet in eens je tramontane verliezen mag. God schenkt kracht naar kruis."

„Ze was zoo goed," sprak hij weer, 't gezicht afwendend.

„Dat is nu juist een reden tot dankbaarheid voor je. Me dunkt de herinnering er aan werpt een lichtstraal in je duisternis en zal het al meer en meer doen," bracht Smeling, Sjoukjes broer, in 't midden.

„En Dominee heeft Rinske toch nog," opperde de oudste buurvrouw.

Sjoerd Sonnema, die tot dusver gezwegen had, zag ter sluik naar vader en dochter. De bedoeling was uitstekend en er viel niets tegen te zeggen, maar toch . . . och, de menschen wisten niet alles!

Toen beiden zwegen meende hij in z'n goeiigheid geroepen te zijn tot een wederwoord.

„Daarin heeft u gelijk — vader blijft niet alleen achter."

Wat Dominee Sonnema bromde verstond niemand.