is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kasteel Ter-Horst, door een breede gracht van helder stroomend water omringd, is allerbekoorlijkst gelegen aan den grooten grintweg van Deventer naar Arnhem, met heerlijke uitzichten over welige bouwlanden en met de heuvelen der Veluwe in het verschiet. Het gebouw, dat bijna drie en een halve eeuw oud is, (in 1577 gebouwd) ziet er nog stevig en solide uit. De voorgevel met zijn vier hardsteenen kolommen maakt wel een deftigen indruk, doch past met zijn Italiaanschen renaissancestijl niet bij de zij- en achtergevels in oud-Hollandschen stijl.

Verder is Ter Horst omringd door prachtige, uitgestrekte bosschen, grootendeels van zwaar eiken- en beukenhout, met verrukkelijke wandeldreven, statige lanen en stille, eenzame kronkelpaden.

Van Loenen den weg vervolgend, bereikt men Eerbeek, een klein dorp, verstrooid in een vlakte gelegen, met het adellijk huis te Eerbeek; verder Laag-Soeren met de koudwater-badinrichting „Bethesda", en vervolgens Dieren, dat wij van vroeger kennen. Een andere weg van Loenen leidt naar de Woeste hoeve, ruim een uur ten Z. van Beekbergen, eenzaam aan den Arnhemschen straatweg gelegen.

Van het dorp Apeldoorn loopt de weg langs liet Loo, buigt zich eenigszins naar het oosten om de bosschen, waarin de Groote Vijvers verscholen zijn, gaat vervolgens over het Wenumsche veld, waar de heide stuk na stuk door bosch- en cultuurgrond vervangen wordt, en daarna weder door het bosch. Hier ligt. halfweg Vaassen, een oud landgoed, waar vroeger de „Rotterdamsche kopermolen'' gevestigd was, doch waar het stroomend water thans een houtzaagmolen drijft.

O weelde, nu 'k eindlijk weer 't bosch ben genaderd,

Welks looverdak schier alle licht onderschept,

Maar dubbele weelde, nu onder 't gebladert

En 't braamstruikenwarnet een beekje zich rept.

't Besprenkelt de klaproos, aan d' oever verscholen,

Wijl 't driftig de steenen gladschuurt in zijn bed,

Dan schuimend zich werpt op het rad van den molen,

Den molen, die lang reeds geen koper meer plet.

Verfrischt en gelaafd, gaat het vlugger nu verder,

Te vlugger door 't wisselend uitzicht verrast,

Het kouter des ploegers verdrong hier den herder En zegt mij, ik nader mijn einddoel al vast.