Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telegraafkantoren reeds bij de inrichting der localiteit dadelijk op vereeniging van post- en telegraafdienst in één gebouw gerekend. De voorbereidende maatregelen kregen een meer vasten vorm. toen, bij Koninklijk Besluit van 17 Februari 1870 (Staatsblad n°. 32) betreffende de vereeniging van kantoren der Posterijen en Telegraphie, eenige bepalingen werden vastgesteld. Ten opzichte der gevallen, waarin tot vereeniging zou worden overgegaan, bepaalde dat Besluit, dat hiervoor in aanmerking zouden komen plaatsen, waai aard en omvang van den dienst de vereeniging toelieten en waar zij in de praktijk zou kunnen leiden tot besparing van personeel of tot andere voordeelen in het belang der schatkist of van den dienst in het algemeen 1j.

De stichting van gebouwen door de gemeenten werd bevorderd door het Kon. Besluit van 1< Augustus 1870 (Staatsblad n°. 153), waarbij voor kleinere gemeenten het verkrijgen van een Rijkstelegraafkantoor werd afhankelijk gesteld van eenige voorwaarden, waaronder de voornaamste waren, dat de gemeenten de localiteiten voor den vereenigden post- en telegraafdienst en voor de huisvesting van den beheerder moesten beschikbaar stellen en onderhouden, tegen genot van huur voor de woning en voor de postlocaliteit, terwijl zij voor den telegraafdienst eene opbrengst van f 800 'sjaars moesten garandeeren. Bedenkt men. dat het verkrijgen van afzonderlijke telegraafkantoren bij het genoemde Koninklijk besluit mogelijk werd gemaakt, doch daarvoor de garantie op f 1200 'sjaars werd gesteld, dan zal men gereedelijk inzien, dat veelal om die reden de gemeenten liever een vereenigd kantoor dan een afzonderlijk telegraafkantoor tot stand zagen komen. Inderdaad werden dan ook verscheidene post- en telegraafkantoren gevestigd in gebouwen door de gemeenten gehuurd of gesticht en voor zooveel de postdienst betrof door de gemeenten wederom aan het Rijk verhuurd.

Aan deze regeling bleken na verloop van eenigen tijd bezwaren verbonden. die vele gemeenten weerhielden tot de stichting van een vereenigd kantoor over te gaan. Niet alleen moest die stichting, met het oog op den postdienst, \ eelal op eene plaats geschieden, welke gunstiger gelegen was dan voor een enkelvoudig telegraafkantoor werd noodig geacht, waardoor de kosten dus nog hooger werden, dan zij reeds voor het telegraafkantoor zouden zijn, maar bovendien bestond, bij het verhuren van de postlocaliteit aan het Rijk, de kans — en deze bleek geenszins denkbeeldig — dat na afloop van den huurtermijn het voldoen aan de eischen van den postdienst nieuwe en belangrijke kosten voor verbouwing of uitbreiding van de gemeente zouden vorderen, eer tot het aangaan van een nieuw huurcontract zou worden overgegaan.

Nadat de telefoondienst ook onder den telegraafdienst was opgenomen en bij Kon. besluit \an 25 April 1881 (Staatsblad n°. 52) en later in nog hoogere mate bij de Kon. besluiten van 15 September 1886 (Staatsblad n°. 164) en van 12 October 1899 (Staatsblad n°. 217) de voorwaarden, waarop kleinere gemeenten aansluiting aan het telegraafnet konden verkrijgen, gemakkelijker en veel minder bezwarend werden, verviel hoe langer hoe meer voor de gemeenten de bovenbedoelde aanleiding om tot het beschikbaar stellen van gebouwen voor vereenif/de post- en telegraafkantoren mede te werken.

Waar de in gebruik zijnde gebouwen voor het doel minder geschikt werden, — hetgeen bij de groote uitbreiding van den postdienst en de

bijkomende diensten in hoe langer hoe meer gemeenten het geval was.

moest het Rijk in de meeste gevallen zelf' in het verkrijgen van een

J) Het eerste vereenigde post- en telegraafkantoor werd 18 Mei 1870 te Oss geopend.

Sluiten