Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het einde der 17e en in den loop der 18e eeuw over aetherische oliën verschenen zjjn.

Dumas is degene geweest, die ze (4; 1830) systematisch ging onderzoeken en bepaalde groepen afscheidde (A. 6 p. 245); na hem komen verscheidene onderzoekers, die zich met de samenstelling en vooral met de Terpenen, die er in voorkomen, hebben beziggehouden. Het zijn vooral de studiën van Wallach geweest, waardoor onze kennis der Terpenen zeer uitgebreid is, welke studie hij in 1884 begonnen is met zijn onderzoek van Oleum Cinae.

Naast Wallach moeten in onzen tijd zeker Semmler, Tiemann, Fr. Hoffman en Gildemeister genoemd worden, terwijl door de „Berichte van Schimmel & Co.", alsmede door die van Roure-Bertrand Fils, Grasse veel tot de kennis der aetherische oliën wordt bijgedragen. Toch is het gebied er van nog lang niet uitgeput; er ligt nog een groot veld ter bewerking, want verscheidene oliën zijn nog niet of slechts zeer oppervlakkig onderzocht. Ik heb het daarom durven wagen, - eene aetherische olie, waarvan de bestanddeelen nog zeer weinig bekend zijn, als onderwerp voor dit proefschrift te nemen en al zal het onderzoek niet volledig zijn, toch hoop ik daarmee een klein steentje bij te brengen tot de kennis der vluchtige oliën, die reeds van de vroegste tijden af belangstelling gewekt hebben.

Sluiten