Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 § T, stellen we bovendien nog u = /. a en v = -j b, dan worden de vergelijkingen van het opp. B = o:

2

r. 0

~ 3 >■ — A* 2 = 3 >- — ^ ■ 3 » — "9 A* =8(1 —t)

In de eerste plaats vinden we in het vlak § = i van den kubus (fig. 3, PI. i) de kromme r3 [6 (i — — S (I — c)-j = i, voorgesteld door T N E, reeds bekend uit de behandeling van het eerste geval en de kromme *j- |i 2 (i — £) — 32(1 — s)2} = 1,

voorgesteld door ELI' ( B P = 1 j.

Verder vinden we in het vlak r, = 1 de kromme §3 (31/2(1 — 5) — 4(1 — c)} = 1 en 4^([ — i) = 1 respect, voorgesteld door PRT en EU [welke laatste kromme reeds bekend was bij het opp. 1 = 4 §3 >7 (1 —c)J. Reide krommen

snijden elkaar in het punt R ij3 = en 1 —c = ^ ^ waarde

\ ^ 9 r-\

eerste kromme de rechte §= I/^ raakt.

r 9

Om de gedaante van het opp. verder te bepalen, brengen we doorsneden aan evenwijdig aan het vlak A B T. Voor elke

2

waarde van § heeft de vergelijking /.2 — 3 A + = o twee

g

bestaanbare wortels zoolang §3 > - ■ Met eiken wortel correspondeert een kromme in het snijvlak. Voor een bepaalde waarde van § snijden de krommen, door de wortels van de vierkantsverg. aangewezen, elkaar op de kromme E R, wat gemakkelijk te verifieeren is*). Nu blijkt, dat in de gedeelten P LER en E N T R van den kubus O > o.

*) Xoem /.j cn de wortels van A3 — 3 A -f- = o dan zijn

Sluiten