Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naai, vergezeld van tal van Grootwaardigheidsbekleeders, Z. M. in goud, zilver en brons aangeboden.

Het zou ons te ver voeren een beschrijving van al de feesten te geven, allerwege in ons vaderland gevierd, de navolgende penningen spreken daarvan en de belangstellenden verwijs ik naar Hofdijk, Gedenkboek der feestvieringen. Hier moge alleen volgen 's Konings

PROKLAMATIE.

Geliefde Landgenooten en Onderdanen in Nederland en zijne Overzeesrhe Gewesten !

Een hartelijk woord tot U op dezen heugelijken dag!

Vijf en twintig jaren geleden heb ik de regeering over het Nederlandsche Volk plegtig aanvaard.

Ik beloofde de regten en vrijheden van alle Mijne onderdanen te beschermen en hunne welvaart te bevorderen met alle middelen, die de wetten ter Mijner beschikking stellen.

Mijn ernstig strofen is geweest dat Koninklijke woord, zooveel in Mijne magt was gestand te doen. 's Lands Vertegenwoordiging heeft Mij daarbij gesteund. Gij, geliefde Landgenooten, hebt Mijne zorgen beloond door Uwe gehechtheid aan orde, Uwe gehoorzaamheid aan de wet, Uw noeste vlijt, maar vooral door Uwe onvertlaauwcte liefde voor Mij en Mijn Koninklijk Huis.

God heeft onze gemeenschappelijke werken met rijken zegen gekroond.

Is er één tijdperk in de geschiedenis van ons Vaderland, dat op meer ontwikkeling, meer vooruitgang, grooter vrijheid in elke rigting, grooter welvaart en bloei kan bogen, dan dat, waarop wij heden terugzien!

Op Mijn vijf en twintigjarig feest zie ik Mij aan het hoofd van een trouw en gelukkig Volk, en de hechte band, door onze geschiedenis geweven, die heden, zoo innig als ooit te voren, Mijn huis en Mijn volk verbindt, boezemt allerwege eerbied in.

Dat vervult Mijn hart met diepgevoelde erkentelijkheid. De blijde toonen, die alom in den lande zich jubelend doen hooren, getuigen dat een zelfde gevoel allen bezielt. Ook uit onze eenstemmige vreugde spreekt luide de eendragt, die onze magt maakt.

Gaan wij zóó, naauwvereenigd, op den tot hiertoe gevolgden weg voort!

Spannen wij, elk in zijn krinr*, onze krachten in om de belangen van het Vaderland, dat ons dierbaar is, te bevorderen, om het op

Sluiten