Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 1. INLEIDING.

\olgens Newton is de kracht, die twee hemellichamen op elkander uitoefenen , uit te drukken door

waarin m en m' de massa's dier hemellichamen, r de afstand van hunne zwaartepunten en f een constante, afhankelijk van de keuze der eenheden voor A', m en ml en r.

Coulomb vond dat de onderlinge werking van twee hoeveelheden magnetisme, en evenzoo die van twee hoeveelheden electriciteit, op gelijke wijze kan worden aangegevenmits m en ml hoeveelheden magnetisme, respectievelijk electriciteit, voorstellen en dat A voor gelijknamige hoeveelheden een afstooting, voor ongelijknamige een aantrekking voorstelt.

Noch de wet van Newton noch die van Coulomb is toereikend om de vraag te beantwoorden: «Hoe wordt de kracht, uitgaande van elk der lichamen, overgebracht op het andere?" Tegenwoordig zijn de physici van meening dat werkingen op afstanden onmogelijk zijn, tenzij een of andere stof, welke den afstand vult, de werking overbrengt. Welke de stof is, die de overbrengster is van de zwaartekracht is nog geheel onbekend, doch omtrent de electrische en magnetische werkingen is de overtuiging algemeen dat zij de ether is, die ook, volgens Huygens, de lichttrillingen overbrengt. In verband met deze meening heeft men aan den ether een aantal eigenschappen moeten toekennen, die men vroeger niet behoefde. Deze zijn:

1°. Binnen de geleiders kan de ether zich verplaatsen;

2°. Binnen de niet-geleiders is de ether door krachten gebonden aan de eenmaal ingenomen plaats;

3°. de ether is onsamendrukbaar.

Sluiten