is toegevoegd aan uw favorieten.

Modern gemeentebeheer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klassen voor de kinderen die daar op 15 Januari den zesden verjaardag bereikt hebben.

§ i. HET LAGER ONDERWIJS.

A. Inrichting van het onderwijs. De vakken, die in de lagere school onderwezen moeten worden, zijn aangegeven in art. 2 der wet op het Lager onderwijs. Zij zijn:

a. het lezen;

b. het schrijven;

c. het rekenen;

d. de beginselen der Nederlandsche taal;

e. die der vaderlandsche geschiedenis;

f. die der aardrijkskunde;

g. die van de kennis der natuur;

h. het zingen;

i. de eerste oefeningen van het handteekenen;

j. de vrije- en orde-oefeningen der gymnastiek; k. de nuttige handwerken voor meisjes.

Bovendien kan aan de lagere scholen onderwezen worden: /. de beginselen der Fransche taal;

m. die der Hoogduitsche taal;

n. die der Engelsche taal;

o. die der algemeene geschiedenis;

p. die der wiskunde;

q. het handteekenen;

r. de beginselen der landbouwkunde en die der tuinbouwkunde; s. de gymnastiek;

t. de fraaie handwerken voor meisjes.

De vakken, genoemd onder a-k moeten in alle scholen onderwezen worden, ook in de kleinste. In verband met deze omstandigheid achten wij hier een enkele opmerking over de verdeeling der school in klassen op zijn plaats. Die verdeeling is afhankelijk van twee zaken. De eerste is de geheele leertijd. Hij bedraagt in den regel zes jaar in verband met de bepaling van art. 3 der Leerplichtwet, dat „de leerverplichting eindigt, zoodra het kind zes jaren leerling eener lagere school is geweest en het