Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 2.

In de schoolvergaderingen mogen geen andere aangelegenheden behandeld worden dan de navolgende:

a maatregelen van orde en tucht;

b de methodiek der leervakken en de verdeeling der leerstof over de verschillende klassen, binnen de grenzen van het leerplan, bedoeld in art. 21 der Wet op het lager onderwijs;

c de schoolbibliotheek en de aanvragen van leermiddelen; d de wijze van bevordering der leerlingen;

e de regeling van leertochten (schoolwandelingen en schoolreisjes), van de prijsuitdeeling en van de schoolfeestjes;

/ de jaarlij ksche verslagen omtrent schoolwandelingen en schoolvergaderingen ;

g maatregelen met betrekking tot de schoolhygiëne.

ART. 3.

Het Hoofd der school en alle vast aangestelde klasse-onderwijzers en klasse-onderwijzeressen zijn, behoudens wettige redenen van verzuim, verplicht, de vergaderingen bij te wonen.

Vakonderwijzers en vakonderwijzeressen zijn bevoegd, de schoolvergaderingen bij te wonen, doch zijn enkel verplicht die vergaderingen bij te wonen, waar aangelegenheden behandeld worden betreffende hun vak of algemeene maatregelen van orde en tucht. Alleen over die aangelegenheden hebben zij recht van stem.

Tijdelijk aangestelde onderwijzers of onderwijzeressen zijn geen lid van de schoolvergadering, maar kunnen door het Hoofd der school tot bijwoning der vergadering worden uitgenoodigd.

ART. 4.

Aan de enkele scholen worden elk jaar minstens twee, aan de dubbele scholen minstens drie schoolvergaderingen gehonden.

ART. 5.

De vergaderingen hebben plaats buiten den schooltijd. In de vacantie worden geen vergaderingen gehouden.

ART. 6.

De vergadering heeft een Voorzitter en een Secretaris. Het Hoofd der school is Voorzitter. Bij ontstentenis van het Hoofd treedt zijn plaatsvervanger als Voorzitter op. Wanneer deze tevens

Sluiten