is toegevoegd aan uw favorieten.

Modern gemeentebeheer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanstelling van een specialen schoolarts, vele bleven toch niet geheel achter, waar het gold maatregelen te treffen in het belang van de gezondheid onzer schooljeugd.

Zoo lieten sommige gemeentebesturen (meestal in overleg met den districts-schoolopziener en een geneeskundige autoriteit) b.v. die van Dordrecht en Alfen, de volgende „Wenken voor de schooljeugd" op kaarten geplakt, waarop ze op in het oog loopende wijze staan gedrukt, in alle openbare lagere scholen ophangen.

„1. Wij moeten ons lichaam dagelijks wasschen, vooral hoofd, hals, borst en mond, onze handen telkens reinigen, voordat wij gaan eten of eetwaren aanraken en de nagels kort en schoon houden.

2. Onze kleeren en schoenen of klompen moeten dagelijks \ an stof en vuil worden ontdaan.

3. Wij moeten bij de schooldeur onze voeten afvegen, geen vuil of afval in de school neerwerpen, niet op den vloer spuwen en een zindelijk gebruik maken van de privaten en waterplaatsen.

4. Wij moeten geen onzuiver water drinken.

5. Wij moeten rechtop staan en loopen en onder het zitten het bovenlichaam zooveel mogelijk rechtop, de handen niet onder bank of tafel en de beenen stil houden.

6. Wij moeten het den onderwijzer zeggen, als wij op onze plaats niet goed kunnen zien of hooren, als wij ons ziek gevoelen en als er thuis een besmettelijke ziekte is.

7. Wij mogen op onze leien niet spuwen, maar moeten deze

met eene natte spons reinigen."

Andere gemeentebesturen hielden zich bezig met de bestrijding van het hoofdzeer (favus). De gemeente Amersfoort stelde in 1904, de gemeente Harlingen in 1907 een verordening tot beteugeling er van vast.

B. en W. van Leeuwarden openden in 1903 aan de plaatselijke Commissie van Toezicht op het L. O. aldaar een crediet van f 1000, ten einde maatregelen te treffen tot bestrijding van genoemd euvel bij de leerlingen der openbare lagere scholen.

De raad van Dordrecht stelde in 1905 een verordening vast, regelende het toezicht op besmettelijk hoofdzeer bij schoolgaande kinderen en den werkkring van den voor dit toezicht aangewezen geneeskundige. Die geneeskundige had voortdurend de kinderen der openb. lagere scholen en der gemeentel, bewaarschool te onderzoeken en werd benoemd voor drie jaar op een jaarwedde van ƒ500. Leerlingen, die een bewijs van onvermogen overlegden,