Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De atoomtheorie.

Reeds de oude Grieksche wijsgeeren (Democrites van Abdera, ± -{07 v. Chr.) namen aan, dat alle voorwerpen uit kleinste deeltjes bestaan. Dalton werkte dit denkbeeld in t begin der vorige eeuw verder uit en bouwde daarop zijn atoomtheorie.

De kleinste, voor ons niet verder deelbare deeltjes der stoffen, heeten atomen. Een atoom kan niet op zich zelf bestaan, maar vereenigt zich direct niet een of meer atomen derzelfde of van verschillende soort tot moleculen. Een molecule is de kleinste hoeveelheid eener stof, die vrij kan bestaan; een atoom is de kleinste hoeveelheid, die in een molecule van een scheikundige verbinding kan voorkomen, en die daaruit kan worden verwijderd of daaraan kan worden toegevoegd.

Elementen bestaan uit moleculen, waarvan de atomen gelijk zijn. De moleculen der samengestelde stoffen bestaan uit ongelijke atomen. De kracht, waardoor de atomen in het molecule worden samengehouden. is de affiniteit. Cohesie en adhaesie zijn krachten, die tusschen moleculen werken.

Wat er aan een atoom van een of ander element ook veranderen moge, zijn gewicht is steeds hetzelfde. Dit gewicht in grammen uitdrukken is onmogelijk, maar wel kunnen wij bepalen de verhouding tusschen de gewichten der atomen van de elementen. Hierbij wordt het gewicht van een atoom H gelijk 1 gesteld en verder is dan het atoomgewicht van een element het getal, dat aangeeft, hoeveel maal een atoom van dat element zwaarder weegt dan een atoom H.

Het moleculair gewicht is het getal verkregen door de gewichten der atomen, die het molecule samenstellen, op te tellen. Een grammolecule is zooveel grammen eener stof, als het moleculair gewicht bedraagt; bijv. een grammolécule water is 18 Gram water.

De moleculen van vele elementen bestaan uit 2 atomen ((>.,, H„. N„, enz.), soms uit één atoom (Hg; hier kan dus een atoom op zichzelf bestaan), soms uit 4 As,).

Gedeelten van atomen bestaan natuurlijk niet. Een of meer geheele atomen van het eene element verbinden zich met één of meer geheele atomen van het andere element.

Het onderzoek naar de bestanddeelen eener stof heet eene scheikundige analt/se. Zij is qualitatief, wanneer men alleen let op den aard, quantitatief, wanneer men let op de hoeveelheid dier bestanddeelen. Het opbouwen der stof uit de bestanddeelen noemt men synthese.

Wil men het atoomgewicht van een element, bijv. zuurstof, bepalen, dan begint men met een quantitatieve analyse of synthese van een verbinding tusschen zuurstof en een element, waarvan "t atoomgewicht bekend of vastgesteld is. bijv. waterstof, waarvan het atoom-

Sluiten