Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van stikstof en zuurstof zijn. want dan zou ook in de lucht, die in 't water oplost, de verhouding moeten zijn als 4:1; maar de zuurstof lost 2 maal zoo goed op in water als de stikstof.

Om de verhouding te bepalen tusschen de stikstof en de zuurstof in den dampkring, doet men in den eudiometer bijv. 100 c.M/1 lucht; daarna doet men er zooveel waterstof in. als ruim voldoende is om al de zuurstof te binden tot water, bijv, wij doen er bij 50 c.M.: waterstof: vervolgens laten wij door dit mengsel een electrische vonk slaan, waardoor de zuurstof zich met de noodige waterstof verbinden kan. Nadat het overblijvende gasmengsel afgekoeld is. waren dit nog (S7 c.M.8; de vermindering bedroeg dus (1(MI 50) S7 <53 c.M.-1 Dit is de zuurstof der 101) c.M.11 lucht met waterstof; op "2 c.M.3 H gaat 1 c.M.; zuurstof. Dus 1van (53 c.M.1—21 c.M.1 is zuurstof geweest: bij 100 c.M.:! lucht waren dus Ti) c.M. stikstof. Ke<;\ai-lt maakte op deze wijze luchtanalysen.

Stel dat men heeft een hevelbarometer en aan den korten arm een glazen bol gevuld met gewone dampkringslucht. Door dezen glazen bol gaat een koperen spiraal, die door een electrischen stroom gloeiend kan worden gemaakt. Voordat dit gebeurd is, zij de spanning der lucht in den bol 7(50 m.M. Wordt nu de koperen spiraal gloeiend gemaakt, dan neemt deze d< zuurstof uit den bol tot zich en blijft de stikstof alleen over, die zich echter over dezelfde bolruiinte verspreidt, zoodat zij minder spanning zal hebben volgens de wet van Boyle. Deze spanning kunnen wij aflezen en is 593 m.M. De stikstof heeft dus van de spanning des danipkrings,

die 7(50 m.M. is, alleen reeds 5!).'{ m.M. De stikstof is dus 1.'

<00

79,07 " van den dampkring. Dit alles heeft echter betrekking op lucht, die alleen stikstof en zuurstof bevat. Maar daarenboven is er in de lucht ook nog waterdamp, koolzuur, ammoniak, enz.

De hoeveelheid waterdamp bepaalt de vochtigheid van den dampkring. Men kan deze bepalen door een zeker volume lucht te laten stroomen door vooraf gewogen buizen gevuld met hygroskopisrlie stoffen, zooals chloorcalcium en sterk zwavelzuur, en deze daarna weer te wegen. Laat men deze lucht stroomen door sterk zwavelzuur. dan wordt niet alleen de waterdamp, maar ook de ammoniak opgenomen (waarom blijkt later). Laat men deze van waterdamp en ammoniak bevrijde lucht stroomen door een buis gevuld met natronkalk (een mengsel van N.aOH en Ca(OH).,), dan wordt ook het kooldioxyde er aan onttrokken (waarom zal men nu geen kalkwater nemen, daar dit toch ook kooldioxyde opneemt?). Het gasmengsel, dat nu nog overblijft, laat men strijken over gloeiend kopergaas, dat dan de zuurstof opneemt. Het nu nog resteerende gas werd vroeger voor zuivere stikstof gehouden. Maar in 1894 ontdekten Lord Rayleigh en Ramsey, door deze atmosferische stikstof met magnesium te verhitten, dat er nog een gas overbleef, hoewel magnesium zich bij

Sluiten