Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vat een zekere hoeveelheid ijs, waarvan de temperatuur beneden 0° ligt. Wordt warmte aan dit vat toegevoerd, en gelijkelijk over de geheele massa verdeeld, dan zal er geen ijs smelten vóór de temperatuur tot 0° is gestegen. Zoodra dit gebeurd is, begint bij voortdurenden warmtetoevoer de smelting, maar de temperatuur blijft 0° tot dat al het ijs is gesmolten.

Dergelijke verschijnselen doen zich bij alle smeltende lichamen voor. De hoeveelheid warmte die men aan een gram van een vast lichaam moet toevoeren, om, nadat het reeds tot het smeltpunt verhit is, het lichaam in een vloeistof van dezelfde temperatuur te veranderen, wordt de smeltingswarmte van het lichaam genoemd.

len einde deze warmtehoeveelheid voor ijs te bepalen, brengt men in den bovengenoemden calorimeter een stuk droog ijs van 0° C., klein genoeg om geheel in water over te gaan. Jit de eindtemperatuur van den calorimeter, het gewicht van het water en dat van het ijs kan men de smeltingswarmte afleiden.

Men heeft gevonden dat zij 79,2 calorieën bedraagt.

N^u eenmaal dit getal bekend is, kan men hoeveelheden warmte ook meten, door ze aan een ijsmassa van 0° mede te deelen en te bepalen hoeveel ijs erdoor gesmolten wordt (ijscalorimeter). Wij zullen intusschen aannemen dat men van den in de vorige § genoemden calorimeter gebruik maakt.

§ 137. Soortelijke warmte. Wij brengen een afgewogen hoeveelheid eener vaste of vloeibare stof, die tot een temperatuur tj verwarmd is, welke boven de begintemperatuur ti van den calorimeter ligt, in dezen laatsten, en lezen den stand t van den thermometer af op het oogenblik waarop de warmtewisseling tusschen het water en de te onderzoeken stof is opgehouden. Weegt het water in den calorimeter mt gram, dan heeft dit, daar de temperatuur ervan van t3 tot t gestegen is, ni3 (t t2) calorieën ontvangen. Evenveel warmte is derhalve dooi' het onderzochte lichaam, waarvan het gewicht Wj gram zij, afgestaan, terwijl de temperatuur van t1 tot t is gedaald; evenveel warmte zou men ook aan dat lichaam moeten toevoeren om het omgekeerd van V' tot te ver-

Sluiten