Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keus werden geplaatst. Maar zij hadden een geheel andere beslissing genomen, dan de rijke jongeling. Wat zou uit deze handelwijze voor hen voortvloeien? Op naïeve wijze vraagt Petrus dit in den naam van allen. De vorm van zijn vraag bij Mattheus: Wat zal ons daarvoor geworden ? bevat meer bepaald het denkbeeld van een verwachte belooning, dan die van Lukas en Markus. In het bericht van Mattheus begint de Heer met in de gedachte van Petrus in te gaan; Hij geeft hem en de elf andere apostelen een bijzondere belofte, een van de heerlijkste, die Hij hun gegeven heeft. Daarna waarschuwt Hij hen, in de gelijkenis van de arbeiders in den wijngaard, zich niet te verhoovaardigen op de omstandigheid, dat zij zijn eerste volgelingen waren. Maar men moet bekennen, dat dit verschil van zienswijze tusschen de belofte en de gelijkenis een buitengewoon plotselinge overgang is. En daar Lukas deze zelfde belofte in een geheel ander verband plaatst (22 : 28—30), waarin zij volkomen past, is het waarschijnlijk, dat Mattheus, zooals in zoo vele andere gevallen, haar hier gebracht heeft door een aaneenschakeling van denkbeelden, die gemakkelijk te begrijpen is. Volgens Lukas en Markus is de belofte, waarmede Jezus Petrus op dit oogenblik geantwoord heeft, van dien aard, dat zij op alle geloovigen toepasselijk is; en zoo moest het ook zijn, indien Jezus het gevoel van zelfverheffing, dat zich in de vraag van zijn apostel verried, niet begunstigen wilde. De vorm: Er is niemand, die ... (Markus en Lukas) verraadt juist het doel, om aan deze belofte de uitgebreidste toepassing te geven, die mogelijk is. Al de betrekkingen van het natuurlijk leven vinden haar analogon in de banden, die door de gemeenschap des geloofs worden gevormd. Daarin ligt voor een geloovige een rijke vergoeding voor het smartelijk verbreken van de banden des vleesches, een offer, dat Jezus zeer goed bij ervaring kende (8:19—21; vgl. met 8:1—3). Ieder ware geloovige verkrijgt, in dit hoogere leven evenals Hij, broeders, om lief te hebben, kinderen, om op te voeden, ouders, om te vereeren en te verzorgen, een nieuwe geestelijke maagschap, die hij rijk maakt met

Sluiten