Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter op indirecte wijze gegeven is. Immers f1 is de sinus van den wrijvingshoek te, van welken hoek de tangens gelijk f is.

Door substitutie in de vergelijking (4) der direct gegeven grootheden G 4, L = 25, OC 4, OB 6, OA 2 en r 0.3, komt men tot: 4 X 4 + 25 X 6 + (4 + 25) f1 X 0.3 166 + 8.1 V 2 ± f' X 0.3 2 ± 0.3 f,

Nu is tang te f 0.21 of log. tang w 9.32222 — 10 dus tv 11" 511 35ll.2. log. sin w 9.31285 — 10 en f1 sin ie 0.20552, zoodat

166 + 1.788 2 + 0061655

waaruit volgt:

P 2.061655 '«®K.a.e„P «g™ 86 563 K.O.

Zoolang de kracht P grooter dan 79.650 K.G. en kleiner dan 86.563 K.G. is, blijft de staaf in evenwicht' is P kleiner dan 79,650 K.G. dan begint de staaf in de pan te draaien in de richting van het pijltje in fig. 1, en is P grooter dan 86,560 K.G., dan volgt draaing in de richting van het in fig. II aangegeven pijltje.

Opmerkingen■ Bestond er geen wrijving tusschen tap en pan, dan was er slechts eene bepaalde waarde waarbij het evenwicht mogelijk was: deze waarde vindt men uit de momenten-vergelijking:

G X OC + L X OB P X OA 0, waaruit P 83 K.G. Dat deze waarde van 83 K.G. moet liggen tusschen de beide hierboven gevonden grenswaarden, welke bij behoud van evenwicht P verkrijgen kan. wanneer er wel wrijving is tusschen tap en pan optreedt, is op zich zelf duidelijk.

Bovenstaand vraagstuk is meer uitvoerig behandeld met het doel om er naar te verwijzen bij de oplossingen van volgende vraagstukken, waarin eveneens het verschijnsel van tapwrijving wordt behandeld.

1868. No. 2.

Welke snelheid deelt eene kracht van 30 kilogram aan een lichaam mede, dat 600 kilogram weegt, wanneer de kracht 10 seconden werkt? Welken afstand heeft het lichaam na verloop van dien tijd afgelegd? Hoeveel arbeidsvermogen is er in het lichaam opgehoopt, en indien de kracht na 10 seconden ophoudt te werken en vervangen wordt door een weerstand van 12 kilogram, hoe lang blijft het lichaam dan nog in beweging en welken weg legt het af?

Van het in het eerste gedeelte van het vraagstuk bedoelde verschijnsel kunnen wij ons een denkbeeld vormen door ons voor te stellen, dat een lichaam, welks gewicht 600 kilogram is, is neergelegd op een horizontaal vlak, waarop het lichaam zonder eenigen wrijvingsweerstand te ondervinden, kan worden voortbewogen. Eene horizontaal gerichte kracht, wier grootte en richting constant blijft, deelt het lichaam eene gelijkmatig (eenparig) versnelde beweging mede, van welke beweging de versnelling evenredig is aan de kracht, die de beweging veroorzaakt.

Sluiten