Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zwaartepunt S van het geheele lichaam (looden halven bol en kurken cylinder te samen genomen) ligt op de figuuras van het lichaam en tusschen het zwaartepunt S, van den cylinder en het zwaartepunt Sa van den halven bol in. Valt dat algemeen zwaartepunt S aan den kant van het scheidingsvlak van halven bol en cylinder, waar zich de cylinder bevindt, dan zal het lichaam, nedergelegd zijnde, zich niet oprichten, valt dat punt S aan den anderen kant, dan vormt het gewicht van het lichaam met de reactie van het steunvlak een koppel en zal de figuuras van het lichaam een verticalen stand trachten aan te nemen.

De verhouding van lengte tot straal van den cylinder, waarbij het algemeen zwaartepunt S in het scheidingspunt A van halven bol en cylinder valt, is dus de grootste waarde, welke die verhouding kan verkrijgen, wanneer wij verlangen dat het lichaam, nedergelegd zijnde, zich weder oprichten zal.

Stellen wij den straal van den kurken cylinder r en zijne hoogte li, dan is het volume van den cylinder | r-h cn zijn gewicht 0.24 | r' h. Het moment van het gewicht van den cylinder ten opzichte van het scheidingsvlak A is dan, daar A S,; = ' h is, gelijk 0.24 | r' h X ' li = 0.12 i rsh».

^ 2

Het volume van den looden halven bol is ~ | rs, zijn gewicht is:

11.35Xg I r = g | r3, terwijl omdat AS2 = ^ ris, het moment van zijn

gewicht ten opzichte van het scheidingsvlak A is 22'? | r3 X 3 r = 22 7 | r4 is

3 8 8

Het algemeen zwaartepunt valt derhalve in het scheidingsvlak A, als

22 7

0.12 \r*h*="'' | r4.

O

dus wanneer: ^ = 22|7 0f J1 = = 4.8627.

Wanneer eene verhouding van h tot ' kleiner dan 4.8627 voorkomt, zal het lichaam, nedergelegd zijnde, zich weder oprichten; is die verhouding grooter, dan blijft het lichaam liggen in die positie, waarin men het heeft nedergelegd.

Sluiten