Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar Charietto nog eenigen tijd behoeft, eer hy dezelve bereikt, willen wij hem weinige oogeublikken verlaten en eens over het gezegde van hein nadenken.

,tAlles," zegt hij, „vergeeft de vrouw den man, indien hij slechts schoon is." Veel waarheid ligt hierin opgesloten, hoewel de uitdrukking al te onbepaald is. Het is, helaas! een droevige waarheid, dat de schoonheid even als de rijkdom een dekkleed is, dat vele snoodheden bedekt, ja vele schanddaden bevallig maakt. Bij voorbeeld, wjj jongelingen zien een meisje blinkende door uiterlijk schoon; doch wij weten, dat die schoonheid een poel van ondeugden bedekt; dat meisje kent de kracht harer schoonheid, weet welk geducht wapen dezelve is, en speelt met onze harten, met onze gevoelens en teedere liefde, als een kind met een stuk speelgoed, dat het nu en dan eens neemt om zich te vermaken, en dan weder wegwerpt. Daar vertoont zich een meisje aan onze oogen, braaf, deugdzaam eu goed, zij heeft een' onzer hare oprechte liefde geschonken; maar die deugden missen, helaas! het praalgewaad, de schoonheid! Wie van beiden boeit ons? immers de schoone en hare gebreken. O! dus spreken wij bij ons zeiven, die zullen wij wel overwinnen, wij vinden hare ondeugden minder hinderlijk, omdat de wijze, waarop zij ze pleegt, bevallig is en onze zinnen streelt, wij verlaten haar, die deugdzaam is, ons teeder bemint, doch geen schoonheid bezit. De sirene sluiten wij in on^e armen, wetten verbinden ons aan haar. — Weinige dagen is ons huwelijk een hemel; maar dan — voor eeuwig eene hel — en te laat zien wij onze dwaling in. Zoo is het ook met u, mijn be-