Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op haar belofte gemaakt; Oranje moet zoo ontstemd geweest zijn dat " —

»Hij de politiek voorgoed vaarwel heeft gezegd, hoop ik, en u geraden zijn voorbeeld te volgen," riep Filips; »sedert gij zooveel bij Brederode komt, zijt gij onuitstaanbaar; ik hoor u van niets praten dan van verbonden, die gij wilt oprichten, plakkaten, afschaffing der inquisitie, en wat er al meer vervelends is. Vertel liever eens, hoe het met Nivelde en zijn schoone gaat."

Edward was blij, dat het niet meer mogelijk was zijn gelaat bij de vallende schemering nauwkeurig gade te slaan, want hij voelde dat het hem zou verraden.

»Ik heb de mooie Silvia in 't laatst niet gezien," antwoordde Burge; «maar Nivelde is op 't ooogenblik niet in de gratie der landvoogdes; ik denk dat hij geen harer hofdames krijgt."

Het gesprek begon Edward belang in te boezemen, hij zag dus tot zijn grooten spijt, dat de woning van Vredenborg reeds bereikt was. Een erge lust om haar als in gedachten voorbij te gaan, kwam in hem op, maar Filips belette de uitvoering van dit voornemen. »Nu adieu," zeide hij staan blijvend, »ik hoop dat de schrik over uw lange afwezigheid geen onheil heeft aangericht; bij de grootsclie opvatting, die hier in zulke zaken heerscht, maak ik mij bepaald ongerust, gij moogt u dus haasten," en met een spottenden lach vervolgde hij zijn weg.

Edward was gaarne verder gegaan, want hij koesterde een brandende nieuwsgierigheid naar Silvia, en in die stemming billijkte hij wel niet de woorden van den jongen Vredenborg, maar hij gaf dezen wat hun inhoud betrof toch geen ongelijk. De nauwgezetheid die hier in acht werd genomen, was lastig, sprak het in zijn binnenste; en toen de knorrige bediende, die opendeed en wiens vaste overtuiging omtrent de verdorvenheid van alle jongelieden hem steeds een zeer wantrouwigen blik op Melville had doen slaan, verwijtend opmerkte, dat zijn meester hem gewacht had, mompelde hij in zich zelf iets, waarvan het woord: kleingeestig, zeer verstaanbaar was. De nauwe, donkere ingang viel hem na de pracht bij Viale nog iets meer dan gewoonlijk in het oog, de stem van den bediende klonk nog krassender, de temperatuur was nog iets killer, en zoo trad hij met zeer weinig opgewektheid de bibliotheek binnen.

Er waren eenige vreemden, men deed hem dus geen vragen, en ofschoon Edward nog pas overlegd had hoe onaangenaam het was, nu weer zijn geheele ontmoeting te moeten vertellen, ergerde het hem toch, geen meerdere belangstelling te vinden, toen hij van Viale gewaagde.

Sluiten