Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nivelde scheen aan den harden grond te denken, hij aanbad dien avond niet.

Silvia had hem intusschen ook niet noodig, zij was gevierd genoeg. Zooals zij, door bewonderde oogen gadegeslagen, in al haar jeugdige frischheid daar stond, kon zelfs de landvoogdes niet nalaten haar te prijzen. »Gaat gij onze kleine hartenroofster u hulde brengen?" zeide zij vriendelijk tot Meerwoude; »nu, dat is goed, zij zou u zeker ongaarne missen." De waaier, dien Margareta opende, scheen slechts een minzame glimlach te bedekken, maar Reinout hoorde daarachter de woorden: »ik verwacht u morgen vroeg bij mij, meld u aan bij mijn secretaris;" en terwijl hij zijn weg door de zaal vervolgde, moest hij in stilte over dezen avond lachen, waarop men geen maskers droeg en toch zijn waar gezicht zoo verborgen hield. »In welk een heerlijke school oefent gij u!" sprak hij bij zich zelf, op de hofdame ziende, »ja hier zult gij een hart opdoen."

De laatste woorden waren onbillijk daar zij iets als nog te verwerven voorstelden, dat reeds in zoo hooge mate bezeten werd. Silvia had waarlijk geen gevoel meer te leeren, haar geheele wezen was gevoel. Edward had dat juist aan een treilend voorbeeld ervaren. Het gesprek was op denzelfden edelman gekomen, waarover hij Helene eens zoo hard had hooien oordeelen, en van wien ook nu iemand met groote afkeuring sprak. Met welk een medelijden had Silvia hem toon verdedigd. »Neen," zeide zij, »ik zou hem geen verwijt hebben kunnen doen, dien armen jongen; als men hem maar niet zoo streng behandeld had. zou hij zich zeker niet van't leven beroofd hebben; de menschen zijn zoo wreed."

Wat zag zij er bekoorlijk uit, en hoe lieflijk klonk die kiesche verschooning! Edward moest aan dat strenge oordeel der jonkvrouw van Vredenborg denken, en zich bekennen, dat deze zachte woorden toch weldadiger aandeden dan die onverbiddelijke rechtvaardigheid. »Ik wist dat gij zoo oordeelen zoudt," sprak hij (bewonderend.

«Werkelijk? en dat waarom?"

»Omdat zooveel goedheid zich alleen met zooveel schoonheid paren kon. en ik wist dat gij de volmaking van beide zijt."

Zij zag hem vriendelijk aan. »Durft gij dat hier zeggen ? ik vrees, dat als gij orn u heen ziet, gij wel anders denken zult."

»Ik zou het voor de geheele wereld willen herhalen."

»Maar de jonge barones De Burge is toch zeer schoon, zie eens wat prachtige blonde haren zij heeft, en welke zachte oogen; ik geloof nooit wat men van haar vertelt, als ik dien lieven blik zie."

Het was Edward vrij onverschillig wat men van de bedoelde dame vertelde, te meer daar de geruchten over haar niet zoo luid waren,

Sluiten