is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duur bij een partij, die oproerig heette, aan te sluiten. In bijeenkomsten, in nieuwe onderhandelingen met de landvoogdes, verliepen de weken, en zag de warme zomerzon duizenderlei plannen opkomen, die in haar stralen zouden rijpen, gewaagde en toch schuwe plannen.

Het was een vreemde tijd. Men voelde zeer spoedig dat de poging, om op rechtmatige wijze de vrijheid van gedachte te verkrijgen, mislukt was, en zag dat zij de scheiding slechts vergroot had; maar al begreep ieder, dat nu een krachtiger, een stalen rechter beslissen moest, het zwaard, dat dan in tachtig jaren nauwelijks meer zou rusten, aarzelde de scheede te verlaten; er heerschtc een oogenblik van wederzijdsch bedenken.

De edelen werden het eerst de spanning moede. Zij begonnen troepen saam te trekken en bezetting in hun steden en dorpen te leggen, hun burchten te bevestigen en de veelal verwaarloosde verdedigingswerken in beteren staat te brengen. In de provinciën van den prins van Oranje, Holland, Zeeland en Utrecht, maar vooral te Antwerpen, openbaarde zich tijdens de geheele maand Juli en de eerste dagen van Augustus een levendige drukte. Overal waren de bondgenooten in beweging; vergaderingen, maar ditmaal geen besluitelooze, hadden plaats; het land begon een krijgshaftig aanzien te krijgen. Ofschoon de prins geen hulp bewees, liet hij toch oogluikend bijeenkomsten en uitrustingen toe, en de macht, die liet Protestantisme in zijn stad had verkregen, maakte haar zeer geschikt voor zulke toebereidselen.

In de straten, waar ondanks de gloeiende Augustushitte een menigte van menschen op de been was en de winkels der wapensmeden bestendig te doen hadden, zag men daaglijks eenige der bondgenooten zich naar het gebouw spoeden, waar zij beraadslaagden en hun plannen voor 't geval van een gewelddadig verzet vormden. Er heerschte in de gesprekken der edelen een minder luchtige geest dan vroeger, en papieren en planteekeningen hadden de bekers vervangen, eens zoo vroolijk gebruikt; men zag noch de zwaarte noch de volle beteekenis van den strijd in, maar men zag toch dat het een strijd zou worden.

«Antwerpen moet altijd het uitgangspunt van onze beweging zijn; sprak de jonge Tholouze, een der ijverigste leden van het verbond, terwijl hij met verscheidenen zijner makkers over de mogelijkheid raadpleegde, dat het der landvoogdes gelukken zou uit Brunswijk troepen te krijgen, »wij hebben hier onze geloofsgenooten en den steun van den prins."

»Wat wij ook doen, onze eerste slag moet treilen, daaraan is voor