Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goederen, die hij zou erven, doch het bestuur van hun losbandigen meester had ze achteruit doen gaan en er zouden schatten noodig zijn om ze weer in bloeienden staat te brengen; een rijk huwelijk scheen voor den toekomstigen eigenaar dus onvermijdelijk. Wilde hij invloed verwerven, hoeveel hulp kon hem een aanzienlijke verbinding niet verleenen. Johanna bezat noch rijkdom noch geboorte, en de bloedverwant, van wiens gunst voor hem alles afhing, drong daarenboven op een ander huwelijk aan; hij moest toestemmen, want hij kon niet weigeren.

Toen de ongelukkige Johanna Rovéne de tijding ontving, die al haar levensheil verwoestte, dacht zij weinig, dat haar trouwelooze echtgenoot op hetzelfde oogenblik onder ruischende muziek zijn verloving met de aanzienlijke Agnete van Arnemuiden vierde.

En ook zij, de zoo zalige Agnete, zij vermoedde niet, dat de schoone, trotsche bruidegom, dien haar oogen vol liefde zochten, in datzelfde uur met zijn geest ver vandaar bij een eenzame verlatene vertoefde; want zoo verstokt was Viale nog niet, dat bij zonder huivering aan den indruk van zijn schrijven dacht. Neen, dat vreeselijk vermoeden woonde niet in het hart der gelukkige, die weldra den lichten bruidssluier dacht te dragen, die de hulde van geheel het Brusselsche hof verzaakte om haar hand aan den jongen edelman te reiken, dien zij op de eenzame goederen haars vaders, welke aan die van Viale's bloedverwant grensden, had leeren kennen, en voor wie de hemel op dat oogenblik geopend scheen. Arme Agnete! die hemel was spoedig gesloten. Het uur kwam, dat niet den bruidskrans op de golvende lokken der jonkvrouw van Arnemuiden drukte, maar over liet van zijn tooi beroofde, door leed neergebogen hoofd van zuster Klara den sluier van het klooster wierp. Viale had Johanna liefgehad, zijn tweede verloving was alleen het werk van berekening geweest. De schoone Agneta gold voor rijk, hij zocht niets dan haar schatten, en waar hij liefdewoorden sprak, daar kwamen zij hem als een koopprijs voor dien hij onverschillig betaalde. Toen het hem bleek dat haar vermogen niet zoo groot was, als het gerucht hem had voorgespiegeld, brak hij een verbintenis af, die alleen belangzucht had aangegaan. Hij wilde goud huwen, een hart had hij niet meer te geven; daarom klopte het niet verwijtend, toen hij, terstond na den dood van zijn bloedverwant, een einde aan de verloving maakte. De verharding der misdaad was over hem gekomen. Hij was tot erfgenaam benoemd; het lot scheen niet voornemens hem de schuld te leeren verafschuwen door haar vruchten hem te onthouden. Geen schaamte of berouw, alleen vrees voor naspoiingen bewoog hem een anderen naam te zoeken. Hij ging naar Duitsch-

Sluiten