Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toonen ten overvloede aan dat het ijzer minder zeldzaam in de terpen voorkwam dan bekend schijnt te zijn. Veel ijzer verging door de inwerking van den bodem.

444. Dik touw of kabel, ongeveer een meter lang, van inelkaar gedraaide repen boomschors (?). Gevonden in de terp te Hoogebeintum 3.50 M. onder de kruin en 2.50 M. boven de rails der kipkarren. Inv. no. 481.

445. Stukje hennep (?) t o u w, afkomstig van eene Friesch-Karolingische bolpot.

'Ie Blija kwamen er een zeven tiental van dergelijke potten, alle met touwen onder den omgebogen rand, uit een put te voorschijn, waarin zich ook geïmporteerde Karolingische kruiken, genre Pingstorf bevonden. Te Hoogebeintum en Britsum werd hetzelfde geconstateerd. Een en keltmaal komt dergelijk touw voor aan de oudere oorpotten.

446. Houten schepnap. Zeer grof.

447. Goed bewerkt zakvormig napje.

448. Half verkoold blad van een houten roeispaan. Terp Wijtgaard Inv. 17a no. 128.

Runen (nos. 291, 302, 449—450).

Tot het belangrijkste der verzamelingen mogen gerekend worden een viertal voorwerpen, waarop runeninscripties voorkomen. De eenige eigenlijke runeninscripties die uit Nederland bekend zijn, wanneer men een paar muntjes (sceatta s) uit Domburg, met stereotype teekens, uitzondert. Onze vondsten zijn van belang voor de kennis der relatiën, die Fi iesland in den terpentijd had met Angelsaksische elementen en met Skandinavië, tevens hebben zij beteekenis als oudste Germaansche taai-documenten. Volgens de nieuwere onderzoekingen is het runenschrift omstreeks de tweede eeuw na Christus ontstaan bij eene Germaansche stam, die zich ophield in de omgeving van de Zwarte Zee, en is ^ het eene door het schrijven op hout ontstane verbastering van één of meer der Zuid-Europeesche alphabetten, waarvan sommige letters geheel met runenteekens overeenkomen. Eene zelfstandige Germaansche vinding is het niet. Evenwel heeft het runen-alphabet eene afwijkende volgorde: niet a, b, c, enz. en meer eigenaardigheden, die nog niet voldoende verklaard zijn.

Van uit de Zwarte Zeestreken vond het runenschrift zijn weg o. a. naar Skandinavië, waar de oudste dateerbare inscripties van omstreeks 300 n. C. zijn. Op het vaste land

Sluiten