Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de yoorberichten,

Van het 1ste deeltje:

Ik stel me een geschiedenisonderwijs voor, dat begint in het vierde leerjaar en gegeven wordt in twee ]eerkringen. Een concentrische behandeling dus. maar in dien zin, dat in den eersten kring de eenvoudigste toestanden en gebeurtenissen uitvoerig worden besproken, terwijl tn den tweeden de meer moeielijke onderwerpen, zooveel mogelijk met die van den eersten tn verband

gebracht, aan de orde worden gesteld.

Voor den eersten leerkring nu heb ik mijn beide boekjes bestemd, die leer- en leesstof bevatten voor het vierde en vijfde schooljaar. Een verdeeling der stof over twee jaren leek mij wenschelijk met het oog op een uitvoerige behandeling, die noodig is voor het vormen ran heldere voorstellingen. Al heb ik er zooveel mogelijk naar gestreefd, alleen eenvoudige onderwerpen te behandelen, toch geloof ik, wel voldoende leerstof te hebben gegeven voor scholen, waar men alleen in de beide laatste jaren geschiedenesonderwijs geeft.

Over het algemeen karakter van het boekje nog het volgende:

De gang is progressief. Het bekende: begin met het na astbij zijnde, acht ik voorgeschreven in dien zin, dat bedoeld wordt hetgeen geestelijk nabij is, en dit is naar mijn meening in meerdere mate het geval met de eenvoudige toestanden der oude maatschappij dan met de zoo

samengestelde van den tegenwoordigen tijd.

Een inleidende cursus over vrienden, familie, gezin, dorp, stad, gemeente enz. ontbreekt. Wat hier besproken had kunnen worden, komt in hoofdzaak — en voor zoover het voor het kind geschikt is, — ter sprake bij het geschied- en aardrijkskundig deel van het aanschouwing sonder wijs. Aan den onderwijzer ztj het overgelaten, het heden licht te laten verspreiden over het verleden, in de omgeving te zoeken naar alles, wat ter verklaring van vroegere toestanden kan dienen.

De beschavingsgeschiedenis is beschouwd in tijd- en causaal verband met de staatkundige historie.

Op scholen met een normaal klassenstelsel kan het boekje m.i. dienst doen na de mondelinge les. Het geeft dan gelegenheid tot herhaling der aanbieding in anderen vorm. Op den trap der toepassing kunnen de vragen en opgaven gebruikt worden, terwijl de versjes te hulp willen komen bij het memoriseeren der hoofdzaken. Op kleine dorpsscholen, waar weinig tijd beschikbaar is voor mondeling onderwijs, kan het lezen en bespreken der lesjes de mondelinge voordracht van den onderwijzer vervangen.

In den tweeden druk heb ik de verbeteringen aangebracht, waarop welwillende kritiek en eigen schoolervaring mijn aandacht hebben gevestigd. Vooral sommige versjes hebben nogal eenige verandering ondergaan; enkele zijn door andere vervangen. Al wordt het daardoor lastig, den nieuwen druk naast den ouden te gebruiken, ik meende, de m.i. noodzakelijke verbeteringen niet achterwege te moeten laten. Dat het boekje nu geïllustreerd is, zal zeker

ook als een verbetering worden beschouwd.

Ik geloof, dat niet allen, die mij hun oordeel omtrent mijn werkje hebben medegedeeld, mijn bedoeling met de versjes begrepen hebben. „Niet poëtisch genoegis het oordeel ran de meesten. Laat ik daarom uitdrukkelijk zeggen, dat het volstrekt niet mijn bedoeling geweest is, de geschiedenis in een poëtisch gewaad te steken, maar alleen, de kinderen door maat en rijm te hulp te komen bij het memoriseeren van de hoofdzaken der les.

Moqe deze herdruk even welwillend worden ontvangen als de eerste uitgave.

Sluiten