Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De „openbare aanklager" (zoo zeide men ten tijde van de Fransche Revolutie) heet bij de kantongerechten Ambtenaar van het Openbaar Ministerie, bij de arrondissementsrechtbanken Officier van Justitie, bij de gerechtshoven P r o cu r e u r-G e n e r a a 1.

Hoe goed er ook voor eerlijkheid en onpartijdigheid gezorgd zij door de grondwet en door de wet, er kunnen zich toch wel zaken voordoen, waarvoor het verstand van den burgerman stilstaat. Bijvoorbeeld: gij zijt veertig gulden kerkelijken omslag schuldig; gij betaalt niet; kerkvoogden vervolgen u. Dat is eene burgerlijke zaak. Zij komt voor den kantonrechter; deze vonnist kerkvoogden onbevoegd tot vervolging, omdat zij naar zijne meening onwettig benoemd zijn; appèl is er niet, omdat het bedrag der som te klein is. De kerk draagt de kosten en gij betaalt niet. Uw buurman is honderd twintig gulden van dienzelfden omslag aan diezelfde kerk schuldig; hij betaalt ook niet; kerkvoogden vervolgen ook hem, doch de zaak komt, omdat de som hooger is dan die, waarover een kantonrechter beslist, voor de arrondissementsrechtbank; daar acht de rechter kerkvoogden wel wettig benoemd, w e 1 bevoegd tot vervolging, en uw buurman betaalt het bedrag en daarenboven de proceskosten. Kerkvoogden hebben echter een advocaat noodig gehad, die eene rekening van honderd dertig gulden indient, zoodat de kerk er ten slotte nog tien gulden bij inschiet. De kerk had wel g e 1 ij k, maar zij kreeg toch in beide gevallen „de kous over het hoofd." Waaruit men leeren kan, dat het magerste vergelijk altijd nog beter is dan het vetste proces.

XIV.

Om onnaspeurlijke redenen staat in onze grondwet het hoofdstuk „Van den Godsdienst" op de zesde plaats: tusschen dat van de Justitie en van de Financiën in.

Naar onze bescheiden meening paste het beter op de negende, vóór het hoofdstuk van het Onderwijs. Men zou dan kunnen opmerken, hoe de grondwetgever eerst op de stoffelijke en daarna op de g e e s t e 1 ij k e belangen des volks het oog vestigde.

Edoch, het stond op de zesde plaats en men heeft het niet verschoven. Men heeft het zelfs niet aangeraakt. Men was er bang voor.

Sluiten