Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Ingrijpende en bedenkelijke Gevolgen.

Dat de leer, dat de uitverkoren kinderen des Verbonds reeds de wedergeboorte bezitten, ernstige gevolgen moet hebben voor de Kerk en voor sommige deelen der leer, kan na al hetgeen

wij zeiden, niet meer twijfelachtig zijn. ....

Reeds overdachten wij het, dat indien die leer juist is, het Woord der prediking eigenlijk niet meer aan te merken is, als een zaad der wedergeboorte. Immers onder de ouderen, n.1. onder degenen die onder de bediening des Woords leven, zouden zii die uitverkoren zijn, de wedergeboorte reeds deelachtig zijn van den moederschoot af, of in elk geval reeds vóór hun doop. De feitelijke regel wordt dan, dat de eigenlijke wedergeboorte in de kerk alléén plaats heeft door den Geest zonder het uitwendige Woord. En van een wedergeboorte door Geest en Woord, Woord hier in den gewonen zin opgevat, kan in de Kerk dan niet meer gesproken worden als den eigenlijken regel, maar alleen als iets dat mógelijk bij uitzondering wel eens geschiedt. De regel wordt: de wedergeboorte door den Geest alleen,

zónder het gehoor des Woords. u.

Verder gaan wij natuurlijk hier nu niet weder op in. Hierop volgt de zoo pas door ons beschouwde temporeele scheiding tusschen wedergeboorte en bekeering, zooals deze door de door

ons bestreden leer wordt veroorzaakt.

Nu gaan wij verder, met het onderzoeken van de gevolgen en uitkomsten, waartoe die leer leidt dat in het Verbond de urtverkorenen reeds van hun geboorte af aan de wedergeboorte

bezitten.

Sluiten