Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewoners van het Oude Frankenpad, toen kortelings onder Burgemeester Boot gedempt en naar Koning Willem III, Willemstraat genoemd, waren vurig Oranjegezind. Daar woonde Oranje-Kaatje, van wie verteld wordt, dat zij volgens haar uitersten wil, geheel in Oranjekleurige kleeding begraven is.

De Willemstraat had in die dagen zijn eigen burgemeester, Bokkebek genaamd, die er alles te zeggen had. Maar de commissaris Steenbergen kon er ook geen kwaad doen. Hij stond met de ruwste kerels en wijven op goeden voet. Hij deed dikwijls de ronde in zijn wijk en liep af en toe bij de Willemstraters in huis, maakte een praatje met hen, vroeg hoe het met de kinderen ging, of ze werk hadden, of de negotie goed ging, en gaf, zoo noodig, goeden raad, en hielp als het moest met der daad.

De Willemstraters hielden van den commissaris, velen hunner was hij een raadsman. Met alles, met het onmogelijkste kwamen zij op het bureau bij hem.

Als het in de Willemstraat rumoerig toeging, wandelde hij er alleen heen, kwam tusschen vechtenden en ruziemakenden en zei: „Nou, nou, wat is dat nou! Is dat zoo plezierig om elkaar half lam te slaan. Wees wijs, ga naar huis."

„Commissaris als U zoo getergd was dan...

, Ja ik weet het wel. Je hebt gelijk en hij heeft gelijk. Doe mij nou een plezier en ga naar huis. Is er nog wat, kom jelui dan morgen op het bureau bij mij uitpraten.

„Omdat U het bent, m'nheer de commissaris. Anders..."

En Steenbergen gelukte het den een in huis te praten en deed den ander met hem meeloopen, hoorde alles geduldig aan en bracht hem ongemerkt thuis.

Sluiten