is toegevoegd aan uw favorieten.

Brief naar aanleiding van D. S. Gorter's geschrift: De theologie van Pr. J.H. Scholten enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met do waarheid. Hij gelooft niet tval cn omdat God gesproken lieert, maar hij gelooft op grond van zijne eif/ene bewijzen, dal God gesproken en zóó gesproken heeft als Hij, volgens zijne exegese, gesproken heeft. Valt zijn historisch bewijs of zijne wonderlheorie, dan heeft God voor hem niet gesproken; faalt zijne exegese, dan heelt God iets anders, misschien hel legendeel geopenbaard van 'Igeen hij meent, dal God gesproken heelt; en daar deze bewijsvoering en exegese altijd feilbaar blijven, vooral voor gorter, die zich op dat gebied niet genoegzaam veiirouwt, hl. 52, verkeert hij, die de uitspraken der rede voor fantasmata verklaart, en daarom hoogere, absolute, zekerheid vei langt, in de jammerlijksle onzekerheid. God spreekt voor gorter, maar niet door den Heiligen Geest, niet door die slem, die, «zonder Hebreeuwsch, Gricksch ol Latijn te spreken, zonder mond of tong en zonder geluid van woorden," zooals augcsti.M's het uitdrukt, in ieder vroom gemoed zich laai hooren, maar God spreekt uil verre eeuwen, en gorter hoort die slem, na eerst Hebreeuwsch en Gricksch en Clialdeeuwscli geleerd Ie hebben, door het kanaal van de bijbelsche overlevering en eene daarop toegepaste historische kritiek. Hij moet, 0111 hel onfeilbaar woord van God te geloovcn, voor de waarheid, dat God gesproken en zóó gesproken heeft, zich óf verlaten op de onfeilbaarheid zijner eigene bewijsvoering, taalkennis, tekstkritiek en exegese, óf, waar hij deze niet als absoluut zeker erkent, sleeds in twijfel zijn, ofGodwel werkelijk gesproken en zóó gesproken heeft. Dat dit het treurig resultaat is van gorters denkwijze, komt nergens duidelijker voor den dag, dan waar