Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eenige, zeer kleine, kans, die wij hebben, er aan te ontkomen, is, dat er onder de bourgeoisie een Gideon's bende opstaat, een bende,' klein in aantal, doch groot in moreele kracht, een bende van mannen, die niets vragen voor zichzelven, mannen, die willen zaaien, niet maaien.

Gaat nu echter in Nederland eens zoeken naar mannen, geschikt, om van zoo'n bende deel uit te maken. Hoe bedroevend klein zal uw oogst zijn. Ik wil u drie mannen noemen voor candidaten : Van Houten, Van Eeden, P. Tideman. Geen van drieën zijn ze geestverwanten van mij, en speciaal met Tideman heb ik altijd gekibbeld, en doe ik zulks nog, doch als ik droom van een geestelijke herleving van mijn volk, dan denk ik steeds ook aan hem. Ik wil dit hier niet verdedigen, doch ik raad u aan, te bestudeeren, wat Tideman als student en later schreef, en u dan een beeld van den man op te bouwen. Ik geloof, dat u als fatsoenlijk man zulks verplicht zijt, en ook, dat gij u de moeite niet zult beklagen, hoewel gij, evenals ik — veel niet met hem eens zult zijn.

In uw stuk „Kleine Nederlanders" toont gij u zelf klein, evenals de Engelschen, die aan hun betere landgenooten dezen scheldnaam gaven en, helaas, gij toont hiermede een nationale zwakheid.

De gewoonte, om vuil te werpen naar wat hoog staat, beelden te verbrijzelen, waarvan schoonheid boven hun begrip gaat, is nergens sterker dan bij de Nederlanders. Mochten zij toch eens een voorbeeld gaan nemen aan de Katholieke kerk, het grootste monument, dat het menschelijk vernuft zichzelf ooit gesticht heeft. Het klinkt voor nietKatholieken heel gek, als de „Maasbode" roemt op de vrijheid, die er in haar heerscht, maar toch is het zoo. Wees wellusteling of kluizenaar, handwerksman of koning, artiest of geleerde, welkom zijt ge in haar schoot, mits ge maar meewerkt aan haar grootheid. Dit is het geheim van haar kracht, en dat het Nederlandsche volk haar daarin moge navolgen, is mijn vurige wensch.

Hoogachtend,

Uw dw.,

WIEDEMAN.

Antwoord op den open brief van Dr. Wiedeman.

I. Mijn Beverwijksche collega strijdt niet met „argumenten", maar met „oordeelvellingen" ! Hij beroept zich immers op het oordeel van Dr. Bronsveld en andere autoriteiten. Dat is niet „wetenschappelijk". Ik erken met Virchow slechts „de autoriteit van het argument".

Sluiten