Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze straf lijden in de hel. Wat Christus droeg, moeten zij eeuwig dragen. In de hel is de groote ongeloovige gemeenschap volkomen. Daar zijn al de dragers van het merkteeken bijeen. Niemand van hen zal in den hemel kunnen komen. 1) Eeuwig zullen ze de helsche verdoemenis dragen. De worm sterft niet. Het vuur wordt niet uitgebluscht. De beker wordt nooit ledig. En in welken kring der hel ze ook worden geworpen, overal is het — naar een karakteristiek woord van een hoog begaafden schrijver in onzen tijd — buitenstenste duisternis, overal is het een dorst zonder lafenis, een vloek zonder zegen , een verlatenheid zonder verademing, — het Golgotha der verlorenen, waar een straf gedragen wordt, die geen vrede aanbrengt.2)

Dit laatste is juist het vreeselijkste van alles. Er is geen bekeering meer mogelijk ! Eeuwig gaat de rook hunner pijniging op. Lafenis en verkwikking wordt daar niet meer aan eboden. Geen rijke kan zijn vinger in het water doopen om zijn tong te verkoelen3), om zijn smarten in het midden der vlammen eenigszins te lenigen. De arme zal zich daar geheel bedrogen zien. En de boodschap des Evangelies, die den r ij k d o m der genade in Christus Jezus verkondigden, wordt niet meer gehoord. Terecht is dan ook eens opgemerkt, dat het lijden niet te beschrijven is al waren al de zandkorrels schrijvers, al de vlashalmen pennen en al het water der zeeën inkt.

Zulk een beker met ongemengden toorn schenkt de Heere voor de dragers van het merkteeken in. Zij allen moeten dien drinken. Juist in die ure, als zij meenen den beker, gevuld met de geneugten dezer aarde, te kunnen ledigen, wordt de beker des toorns hen aan de lippen gezet.

Wéé hun, die den Christus verwerpen, en het beeld van den antichrist aanbidden !

Wéé hun, die door den Geest Gods niet geleid worden, maar door den geest van Satan worden gemerkt !

Wéé hun, die den Bar-abbasgeest over zich loslaten en den Koning aller koningen verwerpen !

Zullen we zekerheid hebben, dat wij dezen drinkbeker niet zullen drinken, dan moeten we door Gods Geest her-

1) Openb. 21 : 27.

2) Knap.

3) Luk. 16 : 24.

Sluiten