Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt alleen op het gebied van het zinlijk gewaarworden en gevoelen voor, en is dus aan de eene zijde van redelijk overleg, en aan de andere zijde van reflexbeweging onderscheiden. Met de laatste heeft de instincthandeling gemeen, dat ze onmiddellijk door een zinnelijken prikkel wordt veroorzaakt, voor het levensonderhoud noodig, aangeboren en onbewust is. Maar de instincten dragen geen zuiver mechanisch karakter meer, laten binnen bepaalde grenzen variaties toe, sluiten niet alle oefening uit en gaan in zoover met bewustzijn gepaard, als ze wel besef insluiten van het middel, maar niet van het doel, dat echter toch door dat middel bereikt wordt.*) Gewoonlijk zegt men, dat het dier veel meer aangeboren instincten bezit dan de mensch, maar Stern merkt op, dat dit slechts in zekeren zin juist is;2) het dier heeft bij de geboorte wel terstond meer instinctieve geschiktheden dan de mensch, maar het aangeborene is lang niet altijd bij de geboorte in dezelfde mate ontwikkefd en gereed; bij den mensch komen de instincten later eerst duidelijk voor den dag, en dan ook meestal in verbinding met handelingen van een hooger aard. Wat het kind terstond meebrengt, is het zuig-instinct. en spoedig daarna komen de instincten van afwering, van bepaalde bewegingen, van spel, vrees, schaamte, genegenheid en afkeer, enz., voor den dag.

Van veel meer beteekenis is, dat de menschen niet alleen physisch, maar ook psychisch ongelijk geboren worden. Het is een probleem, waar godsdienst en wijsbegeerte in het Oosten en in het Westen, waar Origenes en Augustinus, Calvijn en Rousseau mede geworsteld heb

1) Von Hartmann, Philosophie des !.Tnbew. I 68 v.

2) W. Stein, Psychologie der t'rühen Kindheit. Leipzig 1914, blz. 34. Ed. v. Hartmann, Philosophie des Unbew. I 177 v.

Sluiten