Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den geest van den leeraar zelf. Als de leeraar van zijn lectuur niets opgestoken heeft, zal de leerling er zeker minder dan niets van opsteken. Allerzonderlingst dunkt mij het lezen van een vreemden auteur bijna alleen voor de grammaticale kennis der betrokken taal. In dat geval zou het, dunkt mij, aanbeveling verdienen een of ander ordentelijk nieuwsblad in zulk een taal over te zetten, men zou dan precies hetzelfde bereiken. Men zou b.v. uw kameroverzichten daarvoor kunnen gebruiken.

De groote, onverliesbare winst van goed onderwijs moet en kan hier liggen in alzijdige vorming. Ik gebruik daar een gevaarlijk woord, ik bedoel alzijdig in den zin van vorming van den geheelen jongen mensch: verstand, gevoel, verbeelding, geheugen, zedelijke zijde van het jonge leven. Dan komt er meer dan grammaticale taalkennis, er komt kennis van taal met al wat er onder en achter ligt. Bestudeering van letterkunde wordt dan bestudeering der menschelijke ziel.

Mijne Heeren, ik heb thans het mijne gezegd over onderwijs en onderwijszaken. Ik heb getracht u zoo duidelijk mogelijk te doen kennen den geest, die ons onderwijs hier bezielt. Zoolang gij, afgezien thans van alle détail-regeling, uw onderwijs niet hervormt in dezen geest, zoolang zult gij bestendigen een arme en leege cultuur. Uw gansche cultuur is met de zaak gemoeid. Door uw onderwijs-methode brengt gij uw jonge menschen onfeilbaar op het groote plateau, neen in het vlakke land van een veelzijdige middelmatigheid, waar men nooit aan het innerlijk groeien toekomt. Alleen de besten komen er vrijwel ongehavend af.

Anselmo. Mijnheer de voorzitter, voor wij uiteengaan, mag ik zeker wel, ook namens mijn beide vrienden, een woord van zeer hartelijken dank spreken voor de zoo heusche en aangename ontvangst, die ons ten deel is gevallen. Onze kleine vreezen, aan-

Sluiten