Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hemel hier als voorwerp van vereering zou voorbomen. Maar bovendien blijkt uit al de teksten van Jeremia ten duidelijkste, dat de melechetb hassjamaïm zelve door offers gediend wordt ] dat te harer eer offerkoeken vervaardigd en verbrand en plengoffers gebracht worden; zij is het voorwerp der vereering, niet de vereering zelve. Dit kunnen de punctatoren onmogelijk voorbijgezien, zij moeten derhalve iets anders bedoeld hebben.

2°. Kenden zij-wellicht aan rONVn de beteekenis toe van »leger" of »heir", zoodat "tfn »» niet wezenlijk verschilt van het zoo gewone ÏOX ? Men heeft, tot aanbeveling

hiervan, gewezen op een paar teksten van het O. Testament, waarin gebruikt wordt van de kudden eens herders *). Doch daar beteekent het woord niets anders dan »bedrijf" "en wordt, evenals die Nederlandsche uitdrukking, bij overdracht gebezigd van > de have , door dat bedrijf verworven of daarbij behoorende. Het behoeft zeker geen betoog, dat deze toepassing van het woord bij de verklaring van Vn "12 volstrekt niet in aanmerking komt, daargelaten nog, dat de overgang van »kudde" op »leger" reeds op zich zeiven stout genoeg zou zijn.

3°. Veel aannemelijker is de opvatting, die wij reeds kennen uit de kantteekening in den Statenbijbel: Vn ua = het wctJc of het mctciksel des hemels^ d. 1. liet gansche uitspansel met al het gesternte. Onlangs heeft Stade die zelfde verklaring opnieuw te berde gebracht en tevens nader omschreven 2). Aan het slot van het eerste scheppingsverhaal lezen wij (Gen. II : 1): »Zoo werden de hemel en de aarde en al hun heir voltooid". En straks daarop: »En God voltooide... zijn werk dat hij gemaakt had

(vs. 2). Nu lag het zeker voor de hand, al hun heir te laten slaan op het voorafgaande hemel (in het Hebr. een meervoud!), waarmede die uitdrukking passim verbonden wordt, en voorts zijn werk met al het heir des hemels te vereenzelvigen. Het is volstrekt geen gewaagde

i) Geil. XXX11I:14; 1 Sam. XV : 9.

i)ZAT. VI: 338 f.

Sluiten