Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grenzenlooze leegte... Dan beginnen de ver* weesde menschen te probeeren elkander nader te komen", zegt Werssilow in „Der Jüngling". Wat beschikt is, dat zal komen. Wie den geest der profetie heeft, wie leeft uit het geloof en niet alleen uit de zichtbare werkelijkheid, die weet dat.

Maar waar is de smid, die de zwaarden om zal smeden tot spaden? Waar is het vuur, dat zooveel warmte geeft?

De Fransche schrijver Coppée vertelt in zijn drama „Vergiffenis" een gebeurtenis uit de Fransche commune van 1870: Verbitterd woed* de de strijd tusschen de republikeinen en de communarden. Een jong meisje, de heldin van het stuk, verliest haar broer. Communarden hebben hem gedood. Een brandende haat tegen den vijand, een felle wraakzucht woedt in haar hart. Dien avond bidt ze, zooals ze gewoon is, het Onze Vader. Maar als ze komt aan de bede: „Vergeef ons onze schulden" kan ze opeens niet verder. Want de volgende woorden komen haar niet over de lippen: „gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren." Ze moest den* ken aan den dood van haar geliefden broeder, en aan haar eigen haat. Toen werd het haar zwaar om het hart... en opeens wordt er aan de deur geklopt. Een jonge man stuift naar bin* nen, — een communard. Hij smeekt haar, hem

Sluiten