is toegevoegd aan uw favorieten.

Experimenteele akinesie van het oog in verband met de behandeling der netvliesloslating

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Proeven met coffeïne.

Reeds lang was bekend, dat coffeïnum basicum in staat was bij koudbloedige dieren een spierstijfheid te veroorzaken, welke reversibel verloopt beneden een bepaalde concentratie. Onder de vele onderzoekers is Secher (1914) te vermelden. Hij perfundeerde de achterste extremiteiten van kikkers. Microscopisch onderzoek leerde hem, dat bij een oplossing van 1: 30.000 nog verandering was waar te nemen, maar dat bij een oplossing van 1: 2.000 een beginnende destructie was aan te toonen.

Omtrent den invloed van coffeïne op de dwarsgestreepte musculatuur van de zoogdieren worden er tegenstrijdige berichten in de literatuur gevonden. Als een dergenen, die wel een spierstijfheid bij het konijn zag optreden, is O. von Fürth (1896) te noemen. Hij spoot in het perifere gedeelte van de arteria femoralis een 2.5—5 % oplossing van benzoas natricus c. coffeïno in en constateerde dientengevolge een spierstijfheid, welke reversibel was. Na één uur was deze stijfheid belangrijk afgenomen en na 2y2 uur vrijwel geheel verdwenen. Zijn conclusie luidde, dat de zoogdierspier eerst bij veel hoogere concentratie tot starheid is te brengen.

Onderstaande proef, waarvan enkele gegevens in tabel 15 zijn ondergebracht, werd genomen met coffeïnum basicum 1: 60. Deze concentratie is in staat bij kikvorschen een spierstijfheid te veroorzaken.

Tabel 15. Proef met coffeïnum basicum 1:60.

Voor de injectie bedroeg de raddraaiïng 62

Tijd na de injectie 10 min.

20 „ 61

De bewegingsbeperking is na twintig minuten verdwenen, en kan geheel door den mechanischen invloed van de vloeistof zelf worden verklaard. In deze concentratie laten zich geen gevolg-